REPORTAGES
Jeugdzorg
Tangotoerisme
Kinderarbeid
Bruiloft in Marokko
Boerenmeisjes
Rijksinrichting Den Engh
Voedselbank
Cirque du Soleil
Yoga Academie
Het tussenfasehuis
Mee met de gerechtsdeurwaarder
The Botox Experience
Two to tango
Pro Ana - anorexia via internet
Neotango
ANNEMARIEVANGROEZEN  JOURNALIST*
De wereld van Cirque du Soleil
Guts, glamour & hoogtevrees

Ze reizen de hele wereld over met alleen een paar koffers en elkaar. Ver weg van hun eigen familie en altijd maar gefocust op dat ene moment: de voorstelling van die avond. Hoe glamourous is het leven van de artiesten van het Cirque du Soleil?

De avond valt over Manchester en de grauwe regenlucht van die middag kleurt langzaam donker. De sfeer wordt bijna magisch. In de witte circustent branden de lampen en beginnen tientallen mensen met een metamorfose. Het is ‘showcall’, het moment waarop de artiesten van Saltimbanco, een van de reizende shows van het populaire Cirque du Soleil, aanwezig moeten zijn om zich voor te bereiden op de voorstelling van die avond. Met pendelbussen worden ze vanuit hun hotels en appartementen in het centrum van de stad vervoerd naar het circusterrein. Woonwagenromantiek is ver te zoeken bij het gigantische, Canadese bedrijf waar, wereldwijd, ruim drieduizend mensen werken.
De Nederlandse Elvira Becks (28) maakt bijna twee jaar deel uit van de cast. Na een succesvolle turncarrière die ze op haar zestiende afsloot met de Olympische Spelen in Barcelona - een droom waarvoor ze acht jaar lang alles had opgegeven - en een aantal jaren ervaring in de musicalwereld, zag ze tien jaar geleden voor het eerst een voorstelling van het Cirque du Soleil: Saltimbanco. Ze wist meteen dat ze dat ooit óók wilde. Vooral het personage Fiona, een sexy typje in een gestreept korsetje met rode ruches, leek haar op het lijf geschreven. In 1998 werd ze gevraagd om voor het Cirque du Soleil in de show Alegria te komen werken en vijf jaar later kwam eindelijk het telefoontje: of ze geïnteresseerd was in de rol van Fiona?
«Ik weet niet meer hoeveel rondjes van blijdschap ik om de tafel heb gelopen,» vertelt ze, zittend voor haar kleedkamerspiegel. Over haar wit geschminkte gezicht brengt ze fel gekleurde strepen aan volgens een patroon dat al sinds de creatie van het personage, ruim dertien jaar geleden, vastligt. «Het is jammer dat ik de rol van iemand moest overnemen. Het mooiste is het natuurlijk om het karakter zelf te vormen en erin te groeien. Maar ik ben al blij dat ik dat korsetje aan mag…»
Elvira’s vrolijke, ietwat hese lach klinkt door de tent. Ondanks haar kleine, tengere gestalte valt de uitbundige Nijmeegse op tussen de vele ingetogen Oost-Europeanen en Aziaten. Met een oversized Cirque-badjas over haar trainingskleren loopt ze richting uitgang van de Artistic Tent, het backstage-gedeelte van de circustent. «Even een sigaretje roken hoor. Ik ben er ooit mee begonnen om af te vallen, nadat ik met turnen was gestopt. Nu ben ik verslaafd.» Het past bij het artiestenleven, dat roken, niet bij een topsporter. Elvira heeft ook niet het gevoel dat ze nog topsport bedrijft. «Natuurlijk is het nog steeds presteren. Zeven keer per week zelfs, niet alleen meer op die ene zondag. Maar het niveau van het turnen was veel hoger dan wat ik hier doe. En, het belangrijkste verschil: nu staat voor mij het plezier voorop.»

KOFFERS
In dezelfde periode dat Saltimbanco in Manchester speelt, is een andere productie van het Cirque du Soleil, Dralion, een maand lang gehuisvest in de Londense Royal Albert Hall. Hier blijkt dat niet alle artiesten doorgewinterde circusmensen zijn. Marie-Ève Bisson (25) – ze heeft een act aan de aerial hoop, een soort trapeze in hoepelvorm - is blij met de luxe van een theater. «De temperatuur is er altijd aangenaam, in de tent is het óf heel warm óf heel koud. En hier hoeven we niet naar buiten voor de wc, of om koffie te halen. Het enige nadeel is dat we nauwelijks contact hebben met het publiek. De tent is intiemer.»
Dat Cirque du Soleil geen doorsnee familiecircus is, maar een bedrijf met werknemers, maakt ook dat het reizende bestaan soms zwaar valt. Echte familieleden zijn ver weg en er zijn zoveel collega’s die komen en gaan dat er geen sprake is van one big happy family. Marie-Ève: «Niet iedereen kan jarenlang uit koffers leven. Ik reis al vanaf mijn achttiende mee met het circus en ik heb altijd geprobeerd er het beste van te maken. Het eerste wat ik doe als ik in een nieuwe stad aankom, is mijn hotelkamer decoreren met mijn eigen spulletjes - ik gooi overal mijn Afrikaanse lappen overheen. En zo heeft iedereen wel wat. Sommige collega’s kunnen weer niet zonder hun hightech-snufjes, en er is iemand die altijd zijn snowboard met zich mee sleept. Maar het blijft vervelend om nooit een eigen koelkast te hebben, en om mensen te leren kennen van wie je weer afscheid moet nemen. Als we in de Verenigde Staten zijn, kan ik makkelijk om de drie, vier maanden naar mijn familie, hoewel dat vaak heel vermoeiend is. Het brengt vooral verplichtingen met zich mee; iedereen wil me zien, ik moet naar de tandarts, dat soort dingen. Ik heb vriendinnen die dat begrijpen en die dus ook niet verwachten dat ik ze altijd maar opzoek, maar het gevolg is dat ik ze amper nog zie.»
Relaties en hechte vriendschappen ontstaan dan ook voornamelijk tussen Cirque-collega’s onderling. Iets duurzaams is niet op te bouwen als iemand niet met je meereist. Marie-Ève’s vriendje werkt als percussionist bij dezelfde show en haar beste vriendin is de Afrikaanse danseres Henriette Gbou (32), die sinds zes jaar aan Dralion is verbonden, en zelf ook met een Cirque-collega getrouwd. Marie-Ève: «Henriette en ik lachen ontzettend veel samen en als ik wel eens verdrietig ben, huil ik het liefst samen met haar. Zij is zo’n sterke persoonlijkheid. Ze heeft me van alles over het leven geleerd. Hoe je moet delen met anderen bijvoorbeeld, en hoe belangrijk eerlijkheid is.»
Voor Henriette, afkomstig uit Ivoorkust, betekende de ontmoeting met Marie-Ève een soort thuiskomen. «Ik kende geen woord Engels toen ik hier kwam, alleen maar Frans, mijn moedertaal. En Marie-Ève, die Frans-Canadees is, sprak míjn taal. Zij is nog steeds een soort tolk voor me. Als ik mezelf niet goed kan uitdrukken, neemt zij het over. Ze vertelt mijn verhaal beter dan ik het doe. Ze is eigenlijk mijn band met Afrika. Ze móet gewoon Afrikaans bloed hebben.»
Henriette gaat hooguit één keer per jaar terug naar haar vaderland, hoewel ze haar familie heel erg mist. «Het is te ver om vaker te gaan. Ik bel wel regelmatig en dan hebben we lange gesprekken. Ik heb hier zelf voor gekozen, want ik vind het geweldig om als danseres in deze show te zitten. Als ik nog in Afrika zou wonen, zou ik misschien wel helemaal niets doen. En je moet toch een leven leiden… Dat ik dat dansend kan, is heel mooi. Ooit wil ik een eigen dansgroep met mijn familie, maar voorlopig vind ik dit leven prachtig en wil ik me nog lang niet settelen.»

MOEDEREN
In Manchester laten de foto’s op de kleedkamerspiegel van Elvira Becks er geen twijfel over bestaan waarom zij wél overweegt om over een jaar wellicht het leven van reizend circusartiest op te geven: ze heeft een dochtertje van net vijf, Elsa. Geboren uit haar inmiddels verbroken relatie met Alegria-collega Alexander Dobryine. Elvira: «Ze tourde tot haar vierde met me mee. Dat was heerlijk. Om zes uur ’s ochtends, als ze wakker werd, kon ik beginnen met moederen, tot ik moest trainen of tot showcall. Het was heel vermoeiend, maar als ik daar een glimlach voor terugkreeg, was alles goed.»
Elsa is nu bij Elvira’s ouders in Nijmegen, zodat ze naar school kan en leeftijdsgenoten om zich heen heeft – in Canada gaan kinderen pas vanaf hun zesde naar school, zo ook bij het schooltje van het Cirque du Soleil. «Ik mis haar heel erg, maar het is beter voor haar,» zegt Elvira, starend naar de foto’s van haar kleine meisje. «Elke week die ik vrij ben, voordat we naar een nieuwe stad reizen, en elke schoolvakantie zijn we bij elkaar. En sinds eind van het jaar houd ik een dagboek voor Elsa bij. Dan kan ze later lezen waar haar moeder al die tijd was. Gisteren had ze het heel moeilijk, ze wilde me zien. Ik zei dat het nog drie weken duurt, maar dat vindt ze veel te lang. Als mijn manier van leven te zwaar voor Elsa wordt, stop ik ermee, of zoek ik werk bij een vaste productie.»

ZELFKWELLING
In de backstage-tent is het wachten inmiddels begonnen. Er wordt verkleed, opgewarmd, backgammon gespeeld. Een meisje met een enkelblessure legt haar krukken op de grond en waagt zich aan een paar oefeningen aan de laag hangende trapeze. Waar ter wereld ze ook vandaan komen, passie, discipline en spanning zijn de drijfveren van alle Cirque-artiesten. Ze hebben een achtergrond in de sport of acrobatiek, komen uit de danswereld of zijn geboren uit circusouders. Zoals de kleine Maxsim van negen uit Oekraïne en zijn vijftienjarige zus Dasha, de ster van de trapeze. Of de Russische Maria, die onder de strenge blik van haar moeder keihard traint om haar nu al adembenemende jongleeract uit te breiden van acht naar negen ballen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. ‘Train hard or go home’ luidt het credo hier. En de ware circusartiest deinst ook niet terug voor een beetje zelfkwelling. «Ik heb hoogtevrees,» bekent Elvira. En dus moet ze elke voorstelling door een kleine hel als het tijd is voor het bungee-ballet, een act waarin ze vastzit aan een elastiek, hoog in de tent, en zich laat vallen terwijl ze sierlijke, acrobatische toeren uithaalt. «Bij de repetities valt het nog mee, maar tijdens de voorstelling is het donker en kan ik het podium niet zien. Na dat nummer valt er een enorme spanning van me af. Vlak ervoor ben ik niet aanspreekbaar. Waarom ik het toch doe? Omdat ik het een heel mooie act vind. En ja, het is elke keer weer een kick als ik het heb volbracht.»
Niet alleen psychische grenzen worden verlegd, ook lichamelijke pijn wordt voor lief genomen. Haar dansact in Dralion mag dan luchtig ogen, Henriette Gbou weet wel beter. «Afrikaans dansen is erg zwaar, en mijn voeten doen al na tien minuten pijn. Het kost ook enorm veel energie, maar mijn lichaam vraagt niet om een pauze. Dansen is een deel van mijzelf. Als ik niet dans, ben ik ziek.»
Ook Marie-Ève Bisson heeft al een aardige lijdensweg achter de rug. Toen ze zeven jaar geleden voor het eerst in de harde kunststof aerial hoop was geklommen, zat ze onder de pijnlijke, blauwe plekken. «Ik vroeg me af waar ik in hemelsnaam mee bezig was. Ik vond niet voor niets toen ik als kind voor het eerst een show van het Cirque du Soleil zag, dat je een soort superheld moest zijn om daar te kunnen werken. Drie weken lang moest ik na elke training overgeven en sprongen er aders in mijn armen. Maar ik hield vol. En hoewel mijn lichaam er uiteindelijk aan is gewend, komen de blauwe plekken en de pijn weer net zo makkelijk terug als ik twee weken vakantie heb gehad of als ik een nieuwe positie instudeer. Maar ik wil mezelf blijven verbeteren, mijn act steeds mooier en sterker maken. Het moet geen routine worden, maar een uitdaging blijven.»

ADEMLOOS
‘Ten minutes to show’. De woorden van de Nederlandse stagemanager Koen, die in de gaten houdt dat backstage iedereen op de hoogte is van het verloop van de show, bereiken ook de artiesten in de kleedkamer en de rokers aan het einde van de gang. Het is tijd voor het bungee-ballet, Elvira Becks’ dagelijkse uitdaging. Het pikante Fiona-korsetje en de bijbehorende knalroze kousen hebben plaatsgemaakt voor een nauwsluitende witte bodystocking. Ze heeft geen oog meer voor de hectiek om haar heen, de altijd vrolijke Elvira is een en al concentratie. Een diepe zucht en dan verdwijnt ze met haar drie identiek geklede collega’s naar de grote tent. Klaar om voor de zoveelste keer als een grote witte vogel de circushemel in te vliegen en het publiek ademloos achter te laten.
Een dik uur later zit ze in de pendelbus van half twaalf naar haar appartement in het centrum van Manchester. Ze eet haar derde witte pistoletje met Philadelphia-kaas van die dag – het warme kantinevoedsel en de salades waar haar collega’s zich na de show graag aan te goed doen, zijn niet aan haar besteed. Ma
ar ze heeft het bungee-nummer weer overleefd, de spanning is weg. «Zullen we nog één drankje doen in het hotel?» Een uur later zijn Elvira en haar collega’s twee drankjes en aardig wat sigaretjes verder. Het circusleven is een mooi leven. Morgenavond om zes uur is het weer showcall.