REPORTAGES
Jeugdzorg
Tangotoerisme
Kinderarbeid
Bruiloft in Marokko
Boerenmeisjes
Rijksinrichting Den Engh
Voedselbank
Cirque du Soleil
Yoga Academie
Het tussenfasehuis
Mee met de gerechtsdeurwaarder
The Botox Experience
Two to tango
Pro Ana - anorexia via internet
Neotango
ANNEMARIEVANGROEZEN  JOURNALIST*

'Kind vermoord door ouders'
De dilemma's van de jeugdzorg

In Nederland worden jaarlijks ruim 107.000 kinderen slachtoffer van mishandeling en verwaarlozing. Over een deel van hen ontfermt het Bureau Jeugdzorg zich. Soms jarenlang, tot ze achttien zijn, soms halen ze dat niet, en lezen we in de krant over de dood van weer een peuter. Vermoord door zijn moeder, maar het beschuldigende vingertje wijst richting gezinsvoogd. Marie Claire liep een dagje mee met een van hen en zag de dilemma’s, de teleurstellingen, maar ook de kleine succesje. «Ik juich snel. Als iets wat zestien jaar lang fout is gegaan, ineens een héél klein stapje vooruit gaat, zit ik vrolijk in mijn auto.»

Het is haar eerste baby in de zes jaar dat ze dit werk doet. Baby A., vier maanden oud, werd opgenomen in het ziekenhuis met gebroken botjes, een hersenschudding, en een verdraaide knieschijf. «Behoorlijk stuk gemaakt dus,» zegt gezinsvoogd Nora  (35) van het Buro Jeugdzorg Noord-Holland. In afwachting van het politieonderzoek heeft ze de baby inmiddels in het kader van een voorlopige ondertoezichtstelling overgedragen aan een pleegmoeder. Die houdt het meisje bij zich tot duidelijk is of de ouders zich schuldig hebben gemaakt aan mishandeling.
Ze hebben er de laatste tijd veel, baby’s die met dit soort klachten in het ziekenhuis belanden en door de kinderrechter onder toezicht worden gesteld. Misschien zijn mensen alerter geworden en melden ze het eerder als ze vermoeden dat er in een gezin iets mis is, verklaart Nora de trend. «Als er in de media aandacht is voor een bepaald onderwerp, dan merken we dat meteen. Toen er begin dit jaar een paar van die gezinsdrama’s zich afspeelden, zeiden wij hier tegen elkaar: over een paar maanden hebben we het vast weer heel druk.»
Met naar schatting 22.000 ondertoezichtstellingen per jaar en groeiende wachtlijsten voor zogeheten geindiceerde jeugdzorg is de werkdruk van de ruim 1600 gezinsvoogden bij de vijftien Bureau’s Jeugdzorg continu hoog. En dan zien ze waarschijnlijk lang niet alle kinderen die slachtoffer worden van mishandeling - onlangs bleek uit onderzoek dat in ons land jaarlijks 107.000 kinderen worden mishandeld of verwaarloosd. Een gemiddelde caseload van een fulltime gezinsvoogd bestaat uit 20 pupillen. Meer dan de helft van de werktijd gaat op aan administratieve rompslomp, zodat er hooguit één keer per maand tijd is om een pupil te bezoeken. Er moesten dodelijke slachtoffertjes vallen om de politiek wakker te schudden dat het zo niet langer kon.

Gekke moeder
Bij het bureau waar Nora werkt, speelde de zaak rond de driejarige Savanna, van wie de gezinsvoogd momenteel strafrechtelijk wordt vervolgd. «De inspectie stond hier uiteraard meteen binnen,» vertelt Nora. Het beleid is inmiddels aangescherpt en er gaat volgens een nieuwe methode gewerkt worden, die ook tot een kleinere caseload per gezinsvoogd moet leiden. Voormalig minister van jeugdbescherming Rita Verdonk haalde begin dit jaar vier miljoen van de begroting van 2008 naar voren zodat alle bureaus jeugdzorg extra personeel kunnen aantrekken. Nora krijgt er de komende tijd heel wat nieuwe collega’s bij. «Na de uitstroom die we hebben gehad, zijn er gelukkig genoeg mensen die dit werk wel willen doen. Want het is hard nodig zolang er zoveel kinderen in benarde situaties terechtkomen. Maar niet iedereen zit te springen om een baan waarin je persoonlijk verantwoordelijk wordt geacht voor iets waar eigenlijk maar één iemand verantwoordelijk voor is, namelijk de ouder die zijn kind vermoord heeft. Ik weet niet of ik nog zou kunnen functioneren, als het mij zou gebeuren. Toen het nieuws hier bekend werd, waren we allemaal even lam geslagen. Het is nogal wat, als een collega van je dit overkomt. Ik vind het een slechte ontwikkeling dat je strafrechtelijk vervolgd kunt worden omdat je een gekke moeder ertussen hebt zitten.
Ondanks de enorme impact van het drama, zegt ze er niet minder slagvaardig door te zijn geworden. «Maar je loopt je zaken nog eens na, denkt nog eens extra goed na over een beslissing die je hebt genomen. En je krijgt te maken met de omgeving van je pupillen die ineens hysterischer wordt door zo’n gebeurtenis. Laatst werd ik gebeld door de school van een van hen. Die kreeg signalen dat de stiefvader haar misschien sloeg. Dan besluit ik niet meteen tot een uithuisplaatsing, want dat is niet altijd dé oplossing. Je haalt zo’n meisje dan ook weg bij haar moeder, bij wie ze zich wel veilig voelt. Je moet niet uitgaan van het feit dat er iets mis kán gaan, je moet uitgaan van de vraag of je pupil veilig is. We willen geen tweede Savanna, maar je kunt er helaas niet altijd zelf bij zijn.»
Het zijn de dilemma’s waar elke gezinsvoogd dagelijks mee te maken krijgt. Nora tuurt naar haar caseload op het scherm van haar computer. Naast baby C. vooral pubers. «Dat vind ik toch het leukste. Met een baby kan je nog niet communiceren, al vind ik het wel interessant om te kijken hoe ik dát aanpak. Maar met pubers werken, is uitdagender. Die kun je ook nog wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Dat betekent overigens niet dat de risico’s kleiner zijn. Pubers brengen andere zorgen met zich mee dan kleine kinderen. Ik heb een pupil die pillen heeft geslikt, een volgende keer kan dat wel ‘lukken’. Ze kunnen dakloos raken, met drugs in aanraking komen of in het loverboy-circuit belanden. Het vergt veel geduld om met pubers te communiceren en ze te motiveren, maar ik ga echt voor ze. Het zijn ‘mijn jongeren’ en voor sommigen ben ik de enige constante factor in hun leven. Dat vind ik trouwens wel treurig, want zo hoort het natuurlijk niet te zijn.»

Klein stapje vooruit
In de auto op weg naar de Justitiële Jeugdinrichting Rentray in Lelystad vertelt Nora de voorgeschiedenis van de zestienjarige Michael, die sinds februari ‘gesloten’ zit. Ook al een punt van kritiek op de jeugdzorg: de vele kinderen die niet veroordeeld zijn , maar toch  in een jeugdgevangenis zitten. Alleen maar omdat de behandelinrichtingen lange wachtlijsten hebben. Nora: «Er gebeurt dan niets met zo’n jongere, wordt er geroepen. Maar daar ben ik het niet mee eens. Kijk naar Michael. Dat hij daar nu vast zit, betekent wel: onderwijs, onderdak, een normaal dag- en nachtritme, geen drugs én geen contact met foute vrienden. Dat is een hele verbetering met hoe het daarvoor met hem ging. We sluiten een jongere niet ‘zomaar’ op. Michael is nu veilig, en die veiligheid kan ik niet garanderen als hij buiten is. Bovendien heeft hij zijn kans gehad. Aan de schriftelijke aanwijzing die ik hem heb gegeven, voorwaarden waaraan hij zich moest houden, heeft hij zich onttrokken. Hij is met de politie in aanraking geweest en is weggelopen uit de behandelgroep die ik voor hem had geregeld. Dan houdt het op voor mij. Hij wist dat een gesloten plaatsing de consequentie was. En de kinderrechter heeft mijn beslissing gehonoreerd. Die doet dat echt niet, als ik niet voldoende argumenten heb.»
Als Nora via het detectiepoortje door een bewaarder naar het spreekkamertje wordt gebracht, zit Michael daar al te wachten. Een rustige, wat bleke jongen, de blik voornamelijk naar beneden geslagen. Het is een spannend moment voor hem want hij krijgt de uitslag te horen van het psychologisch onderzoek dat Nora voor hem heeft aangevraagd. Daarom zijn ook de psychologe die het onderzoek heeft gedaan en Michaels vader aanwezig. Op basis van de uitkomsten wordt bepaald wat er verder gaat gebeuren. Nora hoopt dat het advies van de psychologe overeenkomt met haar eigen plannen; ze wil dat Michael zo snel mogelijk naar een besloten behandelgroep gaat om aan zijn problemen en zijn toekomst te werken. Als de psychologe hem vraagt of hij haar bevindingen herkent, zegt Michael niet veel meer dan ‘zeker weten’, of ‘ja, dat wel ja’. Maar Nora is tevreden, als ze ruim anderhalf uur later weer buiten staat. «Wat is die jongen opgeknapt. Hij is helemaal tot rust gekomen en hij doet ontzettend zijn best.» Ze juicht snel, geeft ze toe. «In dit werk, waar je vaak te maken hebt met dingen die soms al zestien jaar misgaan, is elke kleine stap vooruit een succesje en reden voor mij om vrolijk in mijn auto te stappen.»

Wijze oma
Terug op kantoor wordt Michael weer even een bureaucratische aangelegenheid. Voordat hij daadwerkelijk naar een behandelgroep zal gaan, zoals ook de psychologe adviseerde, moet Nora een indicatie schrijven, aanmeldingsformulieren invullen, naar de kinderrechter gaan en wachten tot Justitie een plek voor hem heeft. En hopelijk duurt die overbruggingsperiode, die Michael achter gesloten deuren moet doorbrengen, niet al te lang meer. Nora: «We hebben niet veel tijd. Over anderhalf jaar wordt hij achttien. Dan gaan de deuren van de jeugdzorg open en zwaaien ze hem uit. Ik mag zogeheten ‘nazorg’ verlenen, maar verplichten kan ik hem nergens meer toe. Daar zit een leemte in de wet. Eerlijk gezegd ben ik soms best blij als een pupil eindelijk achttien wordt. Maar vaak kost het me ook pijn en moeite om ze los te laten. Want hoe volwassen ben je op je achttiende?»
Noras telefoon gaat. Een ex-pupil. Twintig is ze inmiddels, maar ze belt zo nu en dan nog om even wat te kletsen. «Ik heb er nog zo een,» zegt Nora. Het zijn twee ontzettend leuke meiden, het gaat goed met ze, maar af en toe moeten ze even stoom afblazen. Als het uit is met een vriendje, of als ze ruzie hebben met hun vader. Dat vind ik zo schattig dat ze dat mij doen. Ik ken hen en hun familie natuurlijk zo goed. Ik voel me dan net een wijze oma.»
De laatste tijd krijgt Nora regelmatig de vraag: en, blijf jij nog? «Dan zeg ik ja. Want ik ben, ondanks alle negatieve berichten, trots op mijn werk en ik zou op het moment niet weten wat ik liever zou willen doen. Nee, op feestjes vertel ik niet meer wat ik doe. Niet omdat ik me ervoor schaam, maar omdat ik geen zin heb in discussies met mensen die er eigenlijk het fijne niet van weten en alleen maar afgaan op wat ze lezen in de krant.»

De naam Michael is fictief. Ook de naam van gezinsvoogd Nora is niet haar echte naam, om de privacy van haar pupillen te beschermen.