|
|
ANNEMARIEVANGROEZEN JOURNALIST*
|
|
|
|
Tangotoerisme Passie in crisistijd
Duiken in Sharm el Sjeik, skiën in de Zwitserse Alpen, kanoën in de Ardennen. Iedereen vindt het volkomen normaal. Maar wie alleen voor de tango een paar weken naar Buenos Aires gaat, wordt een beetje vreemd aangekeken. Toch is het tangotoerisme booming. En dat is goed voor het land dat weer langzaam omhoog krabbelt uit zijn diepste economische crisis ooit. Marie Claire zocht in Buenos Aires twee Nederlandse tangotoeristes op en sprak er met jonge Argentijnse vrouwen die werkzaam zijn in de tangoindustrie.
«Holandesa,» fluistert de eigenaresse van hotel Victoria in San Telmo, een oude, onder toeristen geliefde bohémien wijk in Buenos Aires. En ze wijst naar de lichtgroene, afgebladderde deur van een van de kamers rond de patio. Ze praat zachtjes en loopt bijna geruisloos over de galerij, omdat op dit tijdstip het merendeel van haar gasten nog in diepe slaap is. Victoria is een tangohotel. Een van de eerste en inmiddels legendarische plekken in de Argentijnse metropool waar mensen inchecken die speciaal voor de dans zijn afgereisd. De tangotoeristen, die elke avond in een van de vele danssalons (milonga’s) te vinden zijn en pas om een uur of vier in de ochtend hun dansschoenen verruilen voor sneakers en weer richting hotel vertrekken. Ze leven even, meestal voor een paar weken, het leven van de echte tanguera’s, en dus is het een ongeschreven regel dat tot het middaguur de ‘nachtrust’ in het hotel wordt gerespecteerd. Toerisme is booming in Argentinië. Naar schatting komen er jaarlijks zo’n vier miljoen toeristen aan in Buenos Aires. Ze komen uit alle hoeken van de wereld, maar vooral uit de buurlanden, Europa, de VS en Japan. Sommigen reizen verder naar de mooie natuur van Patagonië of de watervallen van Iguazu, een groeiend deel komt speciaal voor de tango en blijft in de bruisende hoofdstad. De reden voor de grote stroom toeristen is de devaluatie van de peso, vijf jaar geleden, waardoor het land zo goedkoop is geworden dat het een van de aantrekkelijkste vakantiebestemmingen is geworden. Deze noodmaatregel van de Argentijnse regering was nodig om de zware economische problemen waarin het land zich bevond – het was bankroet – het hoofd te kunnen bieden. Voor de burgers was het desastreus. Eerst werden al hun banktegoeden en spaargelden bevroren, ondanks luide protesten, en kon niemand meer bij zijn geld. Vervolgens zagen ze, doordat de koppeling tussen de peso en de dollar werd losgelaten, het geld dat ze nog hadden maar liefst zeventig procent in waarde verminderen. Werkloosheid en schrijnende armoede waren het gevolg. Wie zich eerst nog welvarend waande, moest voortaan elke peso tien keer omdraaien. Logisch dat het de porteños, zoals de inwoners van Buenos Aires worden genoemd, niet onopgemerkt is gebleven dat er aan de toeristen goed valt te verdienen. Oude gebouwen worden in rap tempo verbouwd tot tangohotel, tangoguesthouses schieten als paddestoelen uit de grond, op elke straathoek kun je naar een tangoshow en overal liggen flyers van docenten die hun tangolessen aan de man proberen te brengen. Iedereen probeert een graantje mee te pikken. En dat is goed voor de economie van het land, die weer langzaam aantrekt, maar het heeft ook zo zijn schaduwzijden. Tangodocent Elizabeth Guerrero (34) profiteert mee van de huidige toeristen-boom, maar is er niet onverdeeld gelukkig mee. «Veel Argentijnen proberen nu echt van alles om aan geld te komen,» vertelt ze in de nostalgische salon Confitería Ideal, waar ze lesgeeft aan een tangoklasje van overwegend buitenlandse vijftigplussers. «Mensen die amper iets weten van de dans, maar toevallig wel de juiste passen kunnen zetten, pretenderen dat ze les kunnen geven en bieden zich aan als docent. Dat vind ik jammer, want tango gaat niet alleen over de juiste passen zetten, je moet hem ook kunnen begrijpen.» Ook Patty van Hoften (37, kunstenaar) uit Amsterdam, de ‘holandesa’ achter de groene deur, denkt wel eens met weemoed terug aan de tijd vóór de crisis. Ze is voor de vijfde keer in Buenos Aires, en altijd verblijft ze in hotel Victoria. «Vroeger moest dat ook echt,» vertelt ze, als ze in het begin van de middag met slaperige ogen haar wasje aan de lijn hangt, «want het was een van de goedkoopste manieren om hier lang te kunnen zijn. Het leven was duur. Ik maakte zelf mijn eten en deed alles met de bus. Maar het leuke was dat er hier alleen maar tangodansers logeerden. Het ging zelfs zo ver dat als ik een avond geen zin had om naar een milonga te gaan ik een doek over mijn lamp hing, zodat de andere gasten niet zagen dat ik thuis bleef.» Nu is het spotgoedkope hotel Victoria ook ontdekt door budgetbewuste backpackers – die tot ergernis van de tangodansers ’s ochtends wél herrie maken – en hebben de tangotoeristen de keuze uit talloze comfortabelere accommodaties. Voor de echte luxepoppetjes is er zelfs een vijfsterren-tangohotel, het Abasto Plaza. Aanvankelijk een businesshotel, maar drie jaar geleden kwam het management op het lucratieve idee om aan te haken bij de tangohype. De baan van tango guest manager Sandra Silva (33) is speciaal gecreëerd om de busladingen toeristen op te vangen die wekelijks in Buenos Aires arriveren. Sandra heeft een alternatieve citytour samengesteld langs alle tangogerelateerde highlights van de stad en wijst de gasten waar de milonga’s zijn, waar ze goede tango-cd’s kunnen kopen en bij wie ze les moeten nemen. En als ze de deur niet uit willen: het Abasto heeft eigen tangodocenten in huis, een tangoshop, een show tijdens het diner en twee super-de-luxe suites, compleet met dansvloertje, spiegelwand én jacuzzi. Sandra heeft er een fulltime klus aan. «Maar het is zo leuk. Elk jaar komen er meer mensen en doordat ik hen veel over de tango kan vertellen, heb ik het gevoel dat ik belangrijk ben voor ze. Sinds ik deze baan heb, neem ik zelf ook les. De tango is verslavend; ik wil steeds meer.» Volgens tangodocent is dat een positief neveneffect van de groeiende stroom tangotoeristen: jonge Argentijnen lopen zelf ook warm voor de tango. «Ze willen niet achterblijven,». «Tegen een toerist zeggen dat je zelf niet danst, kan echt niet. Vroeger dansten de mensen van Buenos Aires van nature, maar die behoefte is onderdrukt tijdens het militaire bewind, dat tangosalons verbood. De laatste jaren herleeft de tango vooral onder jonge mensen, die de last van de geschiedenis niet voelen. Zij hebben het tangogevoel weer van nature.»
Een zondagmiddag op de Plaza Dorrego, het Leidseplein van Buenos Aires. Uit een kleine muziekinstallatie klinkt oude, krakerige tangomuziek. In het midden van een dansvloertje staat, omringd door drommen toeschouwers, Maricruz Léon (25), gekleed in rood en zwart en, jawel, netkousen. Elke zondag draait ze samen met haar danspartner hetzelfde programma af. Met haar rechte, pikzwarte pony en haar tatoeage oogt ze niet als de klassieke tangodanseres, maar voor de toeristen maakt dat niets uit. Want als iemand de tango van nature in zich heeft dan is het Maricruz wel. De pet waarmee ze rond gaat na de voorstelling wordt goed gevuld. Ze was al haar geld kwijtgeraakt op die tragische dag in december 2001, maar sinds die tijd is de crisis niet onvoordelig geweest voor Maricruz. «Er komen de laatste jaren zoveel toeristen hier naartoe, dat ik nu aanzienlijk meer verdien,» vertelt ze na de voorstelling. «En daardoor kan ik doen wat ik het allerleukst vind: dansen en reizen. Onafhankelijk zijn is belangrijk voor een tangodanser.» Maricruz maakt zich, in tegenstelling tot veel van haar generatiegenoten, geen zorgen over haar toekomst. Ook dat hoort niet bij het tangoleven. Volgende maand vertrekt ze naar Brazilië, waar ze les gaat geven, en in het voorjaar is ze uitgenodigd voor een seminar in Rome. «Ik wil de tango aan de hele wereld laten zien. En door de buitenlanders die mij hier zien dansen en mij uitnodigen om naar hun land te komen geven, kan dat.» Het is de vraag of de tango wel echt zou overleven zonder toeristen. Tangoshows kunnen zonder hen in elk geval niet blijven bestaan, denkt showdanseres Vanessa Fatauros (23). «Als de toeristen wegblijven, houd je dertig Argentijnen over die een paar grote flessen cerveza bestellen, en dat is het dan.» Vanessa is half Argentijns-half Nederlands. Twee jaar geleden verhuisde ze van Amsterdam naar het geboorteland van haar vader om zich in de tango te professionaliseren. Terwijl haar vrienden hier het moeilijk hadden, kon Vanessa dankzij haar spaargeld prima in haar levensonderhoud voorzien. «Ik voelde me het eerste jaar net J.Lo. Ik heb het tangoleven ten volle geleefd. En dat betekent een tijd lang omgekeerd en ongezond leven. Geen daglicht zien, veel roken en slecht eten. Tango betekent niets plannen, maar het leven leiden zoals het komt.» Nu wordt het leven weer langzaamaan duurder, merkt ze. «Ik moet weer vaker audities doen en in shows dansen. Want ik wil hier zeker nog de komende tien, misschien wel twintig jaar blijven. Niet als showdanseres trouwens, want dat betaalt, ondanks dat er goed verdiend wordt aan toeristen, heel slecht. Uiteindelijk wil ik lesgeven en op tournee gaan met dansfestivals.» Wie jonge danseressen naar hun toekomstbeeld vraagt, zal zelden de woorden man en kinderen horen. Maricruz: «De tango laat zich moeilijk combineren met een relatie. De meeste Argentijnse mannen zijn nogal bezitterig en kunnen niet omgaan met het idee dat hun vriendin met verschillende mannen danst en midden in de nacht thuiskomt. Natuurlijk ben ik wel eens verliefd geweest op een danspartner, maar samen werken en leven is moeilijk. Niet voor niets hebben we hier het spreekwoord dat de tango je samen kan brengen, maar net zo makkelijk weer uit elkaar drijft.»
Toch lijkt de tango en de liefde een onontkoombare combinatie. Ook in het nuchtere Nederland brengt de passionele dans mensen bij elkaar. Patty van Hoften viel acht jaar geleden als een blok voor haar tangodocent Roland en geeft nu samen met hem les. Ook Gwendolien Douglas (26, net afgestudeerd in de geneeskunde) uit Rotterdam ontmoette haar kersverse vriendje via de tango. Maar haar reis naar Argentinië was al gepland, dus is ze nu zonder hem hier. Ze zoekt een vriendin op die sinds een jaar in Buenos Aires woont, bezoekt de watervallen, de pampa’s, en de musea. Maar ze is hier vooral om tango te dansen. «Het leek me een leuke ervaring. Ik had het beeld van mooie salons met oude Argentijnse mannetjes in pakken, en dat klopt voor een deel. Het is spannend om zonder partner te zijn, want nu moet ik gevraagd worden om te kunnen dansen. Die oude mannen zijn heel aardig en dansen goed. Het maakt hen niets uit als ik een fout maak.» Zomaar een avondje in een milonga blijven zitten en mensen observeren, is moeilijk. Voor je het weet maak je oogcontact en word je op de dansvloer verwacht. Het is het spel van de milonga. Als een man je aankijkt en lichtjes zijn wenkbrauw optrekt, vraagt hij je ten dans. Kijk je terug, dan accepteer je zijn uitnodiging. Kijk je weg, dan wijs je hem af zonder dat hij duidelijk een blauwtje loopt. Nee schudden is not done. Patty is er goed in, in dat spel. Dat blijkt als ze zomaar ineens van tafel opstaat en richting dansvloer loopt, waar ze een man ontmoet die zich een halve minuut daarvoor nog aan de andere kant van de volle dansvloer bevond. Niemand in haar gezelschap heeft iets in de gaten gehad. «Als de man in kwestie getrouwd is, maak ik contact via zijn echtgenote,» legt ze uit als ze na een paar dansen weer aan tafel zit. Volgende week komt haar eigen vriend naar Buenos Aires. Dan wordt alles weer anders. Dan zal ze niet meer gevraagd worden door andere mannen. Want een van de strenge regels in de milonga’s van Buenos Aires is dat je als man niet danst met een vrouw die naast haar partner zit. «Dat is best jammer, want het is leerzaam om met andere partners te dansen. Maar het is ook spannend als Roland er straks is, want tot nu toe zijn we altijd apart van elkaar op tangovakantie geweest.»
Wie is uitgedanst, hoeft zich niet te vervelen. In Buenos Aires wemelt het van de galeries, theaters, bioscopen, prachtige architectuur en mooie winkels. Vooral de tangoschoenenwinkels zijn in trek bij de tangotoeristen. Iedereen kent het tasje met zebraprint van de exclusieve winkel Comme il Faut. «De mooiste handgemaakte tangoschoenen van de stad,» zegt Gwendolien, terwijl ze haar aanschaf showt. In een van de winkels op Suipacha, la calle de la zapaterías (de straat van de schoenen) werken Cecilia (28) en Johanna (26). Hun dagelijkse realiteit staat in schril contrast met het vrije, onbezorgde leventje van jonge vrouwen als Maricruz en Vanessa. Maar ook zij hebben hun ambities en dromen. Johanna kreeg haar baan drie dagen geleden, na vier jaar werkloos te zijn geweest. Ze is er zo blij mee dat je haar niet hoort klagen dat ze zes dagen per week, tien uur per dag de benen uit haar lijf moet lopen voor de klanten. En dan woont ze ook nog een uur reizen met de bus van haar werk, anderhalf uur als het druk is. «Maar ik ben niet zielig hoor,» lacht ze met een pruillip. «Ik weet waar ik het voor doe, want ik blijf echt niet eeuwig schoenen verkopen. Volgend jaar ga ik studeren, muziektherapie. Het wordt een zware tijd, want dan moet ik ook nog vijf jaar lang ’s avonds van negen tot elf naar college. Maar ik heb het er voor over, het is de enige manier om verder te komen.» Collega Cecilia werkt sinds de opening, drie maanden geleden, in de winkel. Ze was net terug uit New York, waar haar moeder woont en waar ze vijf jaar geleden met haar twee kinderen naartoe was verhuisd na een vervelende echtscheiding. «Ik wilde graag terug naar Buenos Aires, want ik miste de warmte van de mensen. En eerlijk gezegd vluchtte ik ook weg van een slechte relatie in New York. Maar het was zwaar om hier weer opnieuw te moeten beginnen.» Cecilia werkt zeven dagen per week, op zondag zeven en een half uur, de overige dagen tien uur. En zo verdient ze net genoeg om haar twee kinderen van zes en acht jaar te onderhouden. Maar ook Cecilia is niet van plan om over zes jaar nog schoenverkoopster te zijn. «Ik wil binnenhuisarchitectuur gaan studeren. Of misschien voor manicure. Ik zal dan een poosje mijn kinderen nog minder zien, maar daarna kan ik wel minder werken voor hetzelfde geld.»
In hotel Victoria gaat er één wekker onmenselijk vroeg. Over een uurtje rijdt de taxi voor om Patty naar het vliegveld Ezeiza te brengen. Tijd om afscheid te nemen van Roland, met wie ze de afgelopen week samen was. «Anders dan anders, maar leuk.» De koffer is al gepakt, voller dan op de heenweg, met extra een dikke winterjas - «koopje!» - en vijf paar tangoschoenen die alweer snel hun rondjes zullen draaien op de Amsterdamse tangovloer.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|