|
|
ANNEMARIEVANGROEZEN JOURNALIST*
|
|
|
|
Boerenmeisjes
Boerenzonen laten het massaal afweten als bedrijfsopvolger van pa’s boerderij en per dag sluiten negen agrarische bedrijven de deuren vanwege een onzekere toekomst. De doorzetters: jonge vrouwen die niet langer een onzichtbare rol in het bedrijf wilen spelen. Keihard werken, weinig vakantie en de angst om alles kwijt te raken door wéér een MKZ-uitbraak. Wat bezielt de moderne boerin?
Klaaske 189 loopt gemoedelijk mee naar buiten. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om een stukje te wandelen, aangelijnd als een hondje. Eenmaal in de wei bedenkt ze dat ze liever los wil en begint ze rare bokkensprongen te maken. Het lijkt even of het frêle meisje dat de koe begeleidt binnen niet al te lange tijd in de sloot achter haar gaat belanden, maar ze weet het meer dan zeshonderd kilo wegende, opstandige dier prima in bedwang te houden en zonder kleerscheuren terug naar de stal te brengen. Saskia Boekel (24) begrijpt haar helemaal. Klaaske, Zwartje 315, Annie 106, ze heeft stuk voor stuk een band met ze. Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar Saskia is een rasboerin. Samen met haar vader en oom runt ze twee boerenbedrijven in het Noord-Hollandse Assendelft, waar in totaal zo’n 120 schapen en 120 koeien staan. De zestig koeien op het bedrijf van haar vader kent ze bijna allemaal bij naam. Logisch, vindt ze zelf. «Jullie gaan veel met mensen om, ik ben dag en nacht met de koeien in de weer. En dan krijg je automatisch lievelingen; die komen naar me toe als ik de stal binnenkom. En aan koeien die tijdens het melken steeds het melkstel onder zich vandaan trappen, krijg ik een beetje een hekel. Zo werkt het.» De boerderij is haar lust en haar leven, haar passie. Dat hoor je aan de manier waarop ze over haar werk praat, met een brede, stralende glimlach. En dat was al duidelijk toen ze nog een kind was en het liefst de hele dag in een overall liep om haar vader te helpen. Haar twee broertjes en twee zussen toonden nauwelijks belangstelling voor wat er gaande was op de boerderij, maar Saskia wist precies wanneer een koe tochtig was. «Toen het bedrijf nog van mijn opa was, zat ik hier elke zaterdag en woensdagmiddag. En op verjaardagen zag je mij niet tussen de visite zitten, ik had echt geen tijd om gezellig iets te drinken. Ik was twaalf toen mijn vader het bedrijf overnam en we hier kwamen wonen en vanaf die tijd was ik alleen maar bij de koeien te vinden. De pony’s konden mij gestolen worden - typisch hè, voor een meisje?» Vanaf haar twaalfde ging Saskia naar de agrarische school en toen stond eigenlijk al vast dat zij degene is die te zijner tijd het bedrijf gaat overnemen.
MET DE HOND IN DE TREKKER Het boerenbedrijf emancipeert snel, dankzij jonge vrouwen als Saskia Boekel die niet bang zijn om de verantwoordelijkheid voor een miljoenenbedrijf op zich te nemen. Ruim een kwart van de agrarische bedrijven wordt geleid door een vrouw, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Zo’n 26.000 vrouwen zijn werkzaam als bedrijfshoofd en dat is meer dan een verdubbeling vergeleken met tien jaar geleden, en ook meer dan het aantal vrouwen dat nog de rol van de traditionele ‘meewerkende echtgenote’ vervult (wat in de praktijk betekent dat ze vooral belast is met het huishouden en in piektijden meehelpt op het bedrijf, maar geen zeggenschap heeft en niet wordt uitbetaald). Op de boerderij lijkt de economische zelfstandigheid het inmiddels gewonnen te hebben van de romantiek. Ook Bianca van Valkengoed (30) vormt samen met haar man Gijs van Beers en zijn vader een maatschap. Toen ze besloten om de boerderij van Gijs’ ouders op termijn te gaan overnemen en te verplaatsen van de provincie Utrecht naar het Groningse Niebert, stelde ze als voorwaarde dat ze volledig zou meedraaien in het bedrijf. Bianca: «Juist dat leek me heel romantisch. Ik wilde niet uitsluitend de kalfjes voeren en het huishouden doen, zoals veel boerinnen, maar sámen het bedrijf opbouwen. Ik wilde me verdiepen in de melkveehouderij en me de werkzaamheden eigen maken. Gijs heeft me geleerd met de trekker te werken, koeien te melken, de kalveren te verzorgen. En omdat ik zelf niet uit een boerengezin kom, heb ik de driejarige ‘boerinnenopleiding’ gevolgd aan de middelbare agrarische school, speciaal voor vrouwen die via hun partner op een boerderij terechtkomen. Gijs en ik hadden vrij snel een goede taakverdeling gevonden. Als de een molk, ging de ander maaien. Voor mij is er niets heerlijker dan met de hond in de trekker het land op en de zon op mijn hoofd.» Het boerenbestaan is voor Bianca een oude droom die is uitgekomen. Want ondanks de keuze voor een studie sociaal pedagogisch werk, riep ze volgens haar moeder als kleuter al dat ze later boerin zou worden. Maar de ambitie om volledig mee te draaien op het bedrijf is op het tweede plan komen te staan toen drie jaar geleden dochter Hanne werd geboren, en tweeënhalf jaar later zoon Jouke. «Volledig meewerken zit er voorlopig niet meer in. Met een babyfoon in de stallen kom je een eind, en een baby kun je makkelijk in een draagzak meenemen het land op om de koeien te halen, maar ik wil niet dat mijn kinderen later zeggen: mijn moeder was altijd aan het werk. En hoe heerlijk het ook moet zijn om hier op te groeien – Hanne heeft een hond, katten, pony’s en een vader die altijd in de buurt is, drie keer per dag met z’n allen eten - ik wil niet dat ze wereldvreemd worden; er is méér dan de boerderij. Ik wil ze ook meenemen naar het Rijksmuseum en het theater. Mijn tijd komt nog wel, denk ik maar.»
EVEN EEN KOE OPKNAPPEN De rol van de vrouw wordt dan wel zichtbaarder in de agrarische sector, de taakverdeling is vaak nog rolbevestigend. En dat heeft niet altijd te maken met fysieke capaciteiten, zo ondervond Monique Vollebregt (33). Drie jaar geleden nam ze samen met haar broer het tuinbouwbedrijf van haar vader over. Niet vanzelfsprekend, want ook deze tak van de agrarische sector is, ondanks dat er relatief veel vrouwen ‘van buiten’ er parttime hun geld verdienen, nog steeds een echte mannenwereld. Echtgenotes werken wel vaak mee, maar hebben weinig te vertellen, denkt Monique. Bedrijfsopvolgsters kent ze nauwelijks. «Voor jongens is het nog altijd een logische stap om het bedrijf over te nemen. Als een vrouw het doet, heeft ze daar bewust voor gekozen. Het was aanvankelijk ook niet mijn bedoeling, maar tijdens mijn studie aan de agrarische hogeschool verrichte ik al zoveel werkzaamheden in het bedrijf, dat ik het idee om dat werk aan iemand anders te moeten afstaan vreselijk vond. Dus besloot ik te blijven.» De taakverdeling is duidelijk: Monique’s broer doet de teelt, zijzelf veel papierwerk, personeelszaken, commissievergaderingen en de regeldingetjes. En soms stapt ze op de vrachtauto en brengt ze de planten naar de veiling. «Veel werkzaamheden zijn bij mij terechtgekomen omdat ik een vrouw ben, daar ben ik van overtuigd. Terwijl ik bijvoorbeeld denk dat mijn broer veel beter de sollicitatiegesprekken kan doen, omdat hij juist goed kan inschatten wat er nodig is. Maar hij wil dat niet. Ook als er iets georganiseerd moet worden, komt dat op mijn bordje. Als ik zou zeggen: ik doe het niet, dan gebeurt het gewoon niet. Aan de andere kant voel ik me ook wel verantwoordelijk dat dingen goed lopen.» Aan werk op de kwekerij zelf, wat ze best zou willen, komt Monique niet toe, maar soms begeeft ze zich tussen de planten in de kassen. «Puur voor de geestelijke ontspanning en om even te ontsnappen aan de drukte op het kantoor.» In de kas is de temperatuur behaaglijk, de ventilatoren zoemen door de ruimte en stroompjes water ruisen door de meterslange rijen met plantjes. Het maakt de omgeving erg Zen, een beetje hypnotiserend zelfs. Als de radio niet hard zou staan en de telefoon niet regelmatig door de ruimte zou rinkelen, zou je zo in slaap kunnen vallen temidden van de roze zee van cyclamen en het oneindige groen van de nog niet bloeiende hortensia’s. Monique heeft niet ‘iets speciaals’ met de planten. Het is de eigenheid, de vrijheid van het ondernemen en de ruimte die haar aanspreken. «Ik kan echt genieten van het uitzicht dat ik hier heb. De stad trekt me totaal niet.» De ruimte, de buitenlucht en het gevoel van vrijheid zijn ook precies wat Saskia Boekel noemt als de mooie dingen van haar werk. «Ik moet er niet aan denken dat ik hele dagen op een kantoor achter een computer moet zitten. Natuurlijk heb ik ook mijn vaste taken; ik sta om half zes op, van zes tot acht melk ik de koeien, na het ontbijt voer ik de dieren en om tien uur is het koffietijd. De middagen zijn meestal afwisselend, moet er bijvoorbeeld een koe met een zere poot opgeknapt worden. Straks ga ik het land op om kunstmest te strooien. Voor sommige dingen mis ik wel eens de fysieke kracht, een koe vangen bijvoorbeeld, of onwillige kalveren van de ene stal naar de andere brengen. Maar ik heb overal trucjes op bedacht, je moet creatief zijn als je niet sterk bent.» Saskia weet waar ze aan begint als ze over een jaar of tien het bedrijf van haar vader gaat overnemen. Dan is ze zeven dagen per week in de weer en niet voor half acht binnen. En daar zal ze grotendeels alleen voor staan. «Mijn vriend is een boerenzoon, maar hij wil absoluut geen boer worden. Natuurlijk wil hij me wel helpen als het druk is, maar meer niet. ‘Dan was ik wel bij mijn vader in het bedrijf gegaan,’ zegt hij. Voor mij is het best lastig dat hij er zo over denkt, want wie zegt dat ik het me kan permitteren om arbeidskracht in te huren? Als ik nu een miljoen zou winnen, zou mijn toekomst een stuk zekerder zijn.»
WAAR IS DIE LEUKE BOERENZOON? Helaas is de toekomst van de Nederlandse boerderij in het algemeen vrij onzeker. Strenge Europese regels, een slecht economisch klimaat, MKZ, vogelpest, geen bedrijfsopvolger op twee van de drie bedrijven; het zijn de redenen waarom er per dag negen bedrijven afhaken. Toch zijn er boeren zoals Bianca en Gijs die optimistisch blijven. Bianca: «De Europese regels houden ons scherp. We denken dat we in de juiste provincie zitten om het vol te kunnen houden. We hebben wel eens aan emigratie gedacht, maar we willen toch proberen onze boterham hier te verdienen. Gelukkig is MKZ ons niet overkomen – waarschijnlijk waren we dan nu geen boer en boerin meer geweest. De spanning tijdens die uitbraak vond ik al vreselijk. Het lijkt me afschuwelijk om je dieren op zo’n manier te moeten verliezen. Misschien klink ik nu weer als een ‘burgermeisje’, maar ik weet dat Gijs ook meer dan alleen zakelijk naar zijn koeien kijkt, hij heeft ook zijn favorieten.» Naast de doorzetters zijn er ook nog boeren die vol optimisme een nieuw bedrijf beginnen. Twee jaar geleden startte de familie Berger een melkveebedrijf in Heiloo en riep daarbij de hulp in van twee arbeidskrachten van buitenaf. De 26-jarige Wendy de Koning is er een van. Vrij bijzonder, want voor dit soort werk worden meestal mannen aangenomen. (De ruim 25.000 vrouwen die als niet-gezinskracht werkzaam zijn in een agrarisch bedrijf, zijn overwegend in de tuinbouw te vinden.) Wendy kwam als klein meisje vaak op de boerderij van haar oom. «Heerlijk vond ik het daar, maar een toekomst zag ik niet voor mezelf weggelegd in dit werk omdat mijn ouders geen boerenbedrijf hadden. Daar kom ik toch nooit tussen, dacht ik.» Ze werkte op een accountantskantoor toen zeven jaar geleden haar toenmalige vriend voorstelde om naar Nieuw Zeeland te gaan en daar te gaan ‘boeren’. Ze bleven een jaar down under en werkten er op de boerderij van een Nederlands gezin. Eenmaal terug in Nederland hadden ze de smaak te pakken en solliciteerden ze naar boerderijwerk. ze werden aangenomen bij een boer in Drente die naar het buitenland vertrok. Drie jaar lang hebben ze zijn bedrijf gerund. Tot de verkering uitging. «En toen kwam vorig jaar deze baan op mijn pad. Het is een nieuw bedrijf en het moet nog helemaal opgebouwd worden. Daar mag ik over meedenken en dat maakt het extra leuk. Mijn zelfvertrouwen is hier behoorlijk toegenomen, omdat ik nu weet dat ik dit werk ook zonder mijn ex-vriend aankan.» Op het bedrijf staan 130 melkkoeien en 400 weidelammeren en is niet te vergelijken met de knusse familieboerderij van Saskia Boekel. De lange stallen zijn uitgerust met twee melkrobots die koeien automatisch melken. In een hoekje van de stal staat een agressieve stier. Die gaat binnenkort weg, want niemand durft nog in zijn buurt te komen en bovendien heeft hij geen nut meer; de inseminatie gaat kunstmatig, een klusje waarin ook Wendy zich heeft bekwaamd. Even verderop liggen de zwangere schapen op een apart stukje grond bij elkaar. Sommige kunnen nog amper lopen en staan duidelijk op springen, een enkele probeert het nog, maar waggelt als een veel te dikke eend. Wendy checkt regelmatig hoe het ervoor staat en als het zover is, helpt ze bij de bevalling. «Er is altijd werk te doen. Zeker in de zomer, dan ben ik soms wel vijftig, zestig uur per week in de weer. Ik word in die maanden ook regelmatig ingehuurd door andere bedrijven, om met de trekker op het land te werken. Dat zijn ook eigenlijk de enige momenten waarop ik me er echt bewust van ben dat ik in een mannenwereld zit; die jongens daar vinden het érg interessant om een meisje op de trekker te zien.» Wendy is ervan overtuigd dat ze geluk heeft gehad met haar baan. «Als het hier ooit ophoudt, zal het moeilijk zijn om ergens anders aan de slag komen. Een boer die kan kiezen tussen een man of een vrouw als hulp, zal altijd de man kiezen. Misschien ga ik dan wel bij mijn oom in de maatschap. Maar tegen één ding zou ik opzien: het bedrijf ooit in mijn eentje te moeten leiden. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Misschien moet ik wachten op die boerenzoon, haha! Maar vindt er maar eens een die óók nog leuk en knap is.»
NOOIT VRIJ Tuinder Monique Vollebregt zou het bedrijf van haar vader nooit hebben overgenomen zonder haar broer. («Daar is het te groot voor, en het zou financieel heel moeilijk zijn.») Saskia Boekel vindt het jammer dat haar vriend geen boer wil worden, maar ziet wel een taak als ‘meewerkend echtgenoot’ voor hem weggelegd. («Als we ooit aan kinderen toe zijn, hoop ik dat hij deels het huishouden doet.») En Wendy de Koning ziet uit naar de knappe boerenzoon om samen een bedrijf mee te runnen. Op het verlanglijstje van de jonge zelfstandige landbouwster prijkt toch altijd nog die man als steun en toeverlaat. Bianca en Gijs uit Groningen vormen wat dat betreft misschien wel het ideale plaatje. Bianca: «Maar het blijft heel hard werken. Privé en werk zijn zo nauw met elkaar verbonden dat je nooit vrij bent. Op een boerderij heb je een enorme vrijheid binnen de beperkingen; we kunnen niet lang op vakantie, vanuit praktisch oogpunt niet, maar ook financieel niet omdat we alle zeilen moeten bijzetten om straks de boerderij over te kunnen nemen, dagjes uit worden tussen de melkbeurten in gepland. En als er een koe moet kalveren, dan gaat het feest niet door. We hebben verplichtingen tegenover onze dieren, die gaan voor. Een nacht wegblijven doen we niet. Ons sociale leven is daardoor wel minder geworden, de meeste familie woont in de buurt van Utrecht. Maar het is het allemaal waard. Als je na zo’n dag ’s avonds samen over het bedrijf loopt, geeft dat zo’n goed gevoel.» Bianca trekt haar ruime blauwe overall aan, haar groene thermolaarzen en een dikke jas. Het is tijd om de kalveren hun warme melk te geven. Een exemplaar van twee dagen oud kijkt even op vanuit zijn hokje in de hoek van de stal en slaapt dan weer verder. En terwijl Gijs op de trekker klimt, het bruine schaap een beetje verloren mekkert omdat zij deze lente geen lammetjes heeft gebaard en de hond een stok voor de voeten van het bezoek legt, installeert de poes zich tevreden spinnend op een zonnig plekje op het erf.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|