REPORTAGES
Jeugdzorg
Tangotoerisme
Kinderarbeid
Bruiloft in Marokko
Boerenmeisjes
Rijksinrichting Den Engh
Voedselbank
Cirque du Soleil
Yoga Academie
Het tussenfasehuis
Mee met de gerechtsdeurwaarder
The Botox Experience
Two to tango
Pro Ana - anorexia via internet
Neotango
ANNEMARIEVANGROEZEN  JOURNALIST*
HOME  PUBLICATIES WIE  CONTACT
Naar Marokko voor een traditionele bruiloft
Polderbruid in Arabische sprookjesnacht

Ruim driekwart van de Marokkanen die in Nederland wonen, haalt een huwelijkspartner uit het land van oorsprong, blijkt uit onderzoek. Zelfs van de jongere, tweede generatie die hier is geboren, geeft ruim de helft de voorkeur aan een echtgenoot ‘van daar’. En om de verbintenis te bezegelen wordt er ook op een traditionele manier getrouwd. Niet alleen in Marokko.  Ook hier in Nederland is er voor het vak van ziyana – bruidkleedster – een groeiende markt.  Marie Claire-journaliste Annemarie van Groezen vertrok naar Fes om een bruiloft bij te wonen, en nam een kijkje in de keuken van een ‘Nederlandse’ ziyiana. 


foto: Pat de Wolf


Fes, Marokko, 16 augustus 2001. «Eigenlijk mogen jullie me nog niet zien. Ik ben nog lang niet klaar.» Nahid (26) is onherkenbaar als ze in haar ochtendjas de slaapkamer van het appartement uitkomt, om haar bezoek uit Nederland te begroeten. Haar gezicht is zwaar opgemaakt door de ingehuurde visagist, en de kapper heeft haar die ochtend voorzien van een kunstig opgestoken kapsel. De hennaschildering op haar handen en voeten, de laatste nu nog gestoken in blauwwitte sportslippers, heeft ze gisteren gekregen op ‘hennadag’: een ceremonieel soort vrijgezellenfeest dat in gezelschap van jonge, meestal nog ongetrouwde meisjes wordt gevierd. Nahid: «De henna is bedoeld om ‘het boze oog’ op afstand te houden en geluk te brengen. Zo kan ik extra goed beschermd aan mijn nieuwe leven beginnen.» 
Nahid is vandaag de bruid. Ze trouwt met Faiçal, die ze al kent van de tijd toen ze nog als klein meisje in Marokko woonde. «Hij vroeg me voor het eerst toen ik negentien jaar was. Toen heb ik hem afgewezen; hij was twintig en ik vond hem nog niet volwassen genoeg. Twee jaar geleden vroeg hij mij opnieuw en heb ik ja gezegd.» Een jaar later werden de voorbereidingen voor het huwelijk in volle gang gezet.
Het hennafeest duurde tot in de vroege uurtjes, en eigenlijk heeft Nahid het wel weer een beetje gehad met Marokko. Maar ze heeft gekozen voor een traditionele bruiloft, en die duurt hier nou eenmaal drie dagen. Over een paar uur, als de lucht op deze bloedhete augustusdag wat bekoeld is en de negaffa (zoals de ziyiana in de regio Fes wordt genoemd) haar in de eerste jurk voor die avond heeft geholpen, kan het grote bruiloftsfeest beginnen. Meer dan driehonderd genodigden worden er verwacht. En morgenochtend vroeg zal ze samen met haar echtgenoot Faiçal het feest verlaten en is ze officieel ‘weggegeven’ door haar ouders. Op de derde en laatste avond zal haar schoonfamilie Nahid, volgens de traditie, feestelijk verwelkomen.
In de praktijk zal er echter voorlopig voor Nahid niet veel veranderen. Na een korte huwelijksreis vliegt ze weer met haar ouders naar Nederland. Terug naar huis en naar haar baan bij de sociale dienst in Lelystad. Faiçal blijft voorlopig achter bij zijn familie, totdat Nahid een woning heeft gevonden. «Het was mijn voorwaarde om ‘ja’ te zeggen,» vertelt ze. «Voordat ze mij ten huwelijk kwamen vragen, heb ik heel duidelijk gesteld: Faiçal komt naar Nederland, want ik ga niet terug naar Marokko. Ik heb hier mijn eigen leventje opgebouwd, dat geef ik niet zomaar op.»

Nederland, februari 2002. Ruim driekwart van de Marokkanen die in Nederland wonen, haalt een huwelijkspartner uit het land van oorsprong, blijkt uit onderzoek. Om precies te zijn 75 procent van de mannen en 68 procent van de vrouwen. En zelfs van de jongere, tweede generatie die hier is geboren, geeft ruim de helft de voorkeur aan een echtgenoot ‘van daar’. Omdat ze, net als Nahid, het belangrijk vinden dat hun echtgenoot dezelfde achtergrond, religie en cultuur heeft als zijzelf. De onderzoekers vonden nog andere redenen voor het hoge aantal ‘importhuwelijken’: men wil een familielid of een vroegere dorpsgenoot een gunst verlenen door deze naar het welvarende Nederland te halen, men wijst de in Nederland heersende normen en waarden af, of er is simpelweg een beperkt contact met mensen buiten de eigen kring. Door deze vorm van gezinsvorming wordt er continu een stap terug gezet in het integratieproces, concludeerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: er blijven nieuwe immigranten van de eerste generatie komen, en vervolgens een nieuwe tweede generatie die wéér niet wordt opgevoed volgens de Nederlandse cultuur. Met alle gevolgen van dien. Om het halen van een huwelijkspartner uit het buitenland in de toekomst te bemoeilijken, stemde het kabinet medio januari daarom in met de nota Integratie in het perspectief van immigratie. Hierin bepleit minister Van Boxtel voor Grote steden – en Integratiebeleid strengere regelgeving, en het invoeren van een fikse bruidspremie om de inburgering te kunnen bekostigen.
Voor Faiçal was emigreren geen must. De profvoetballer kreeg onlangs nog een contract aangeboden bij een Marokkaanse voetbalclub, maar zijn kersverse vrouw is vastbesloten dat híj haar moet volgen. «Zo gauw ik een woning heb, komt hij naar hier naartoe en gaat hij Nederlands leren, misschien ook nog een andere opleiding volgen en uiteraard gaan we werk voor hem zoeken.»
Niet elk ‘importhuwelijk’ wordt zo weloverwogen aangegaan, weet Saloua Cherrouda (30) uit ervaring. Ze is bruidskleedster – ziyiana – en heeft drie jaar geleden haar eigen bedrijf opgezet waarmee ze ‘de totale verzorging van de Marokkaanse bruid’ aanbiedt. Ze komt met heel wat bruidskoppels in contact. Saloua: «Soms weten mensen echt niet waar ze aan beginnen, is een van de twee nog maar een paar maanden hier en kennen ze elkaar amper.»
Zelf geboren in Nederland, trouwde ze op haar zeventiende met een jongen die nog in Marokko woonde. «Ik was wel verliefd en dacht dat ik hem kende, maar het zat allemaal heel anders in elkaar. Hij wilde gewoon naar Nederland. Voor mij was het heel vernederend; eigenlijk had ik geen leven meer.» Haar huwelijk eindigde in een scheiding. Saloua: «Er gaan veel van dit soort relaties kapot, omdat mensen niet weten waar ze aan beginnen. Een huwelijk moet uit liefde worden gesloten, en pas als allebei de betrokkenen zeker weten dat ze nog lang bij elkaar willen blijven. Het moet geen gunst zijn naar de ander toe. Marokkaanse mensen zijn heel dienstbaar aan elkaar, dat zit diep in de cultuur geworteld. Maar dat mag niet ten koste gaan van het geluk van de vaak zeer jonge mensen die erbij betrokken zijn. Ik ben blij dat de Nederlandse overheid er eindelijk van doordrongen is dat er een einde moet komen aan deze gewoonte. Ik weet niet of zo’n premie nou direct een belemmering is. Maar er gaat zeker een signaal vanuit en ik hoop dat het de Marokkaanse mensen aan het nadenken zet.»

Marokko, 16 augustus 2001. Een rustige straat in het centrum van Fes. Er zijn amper woonhuizen; de lange rij betonnen gebouwtjes aan beide kanten van de weg zijn feestzaaltjes. Deze donderdagavond zijn er vier verhuurd voor een bruiloft. Het is niet bijzonder als in één straat meerdere huwelijken tegelijk worden gevierd. Marokkanen zijn een trouwlustig volk en in de steden zijn dagenlange bruiloften aan de orde van de dag. Wie vroeg wakker is, hoort ongetwijfeld gejoel en getoeter van de feestgangers die huiswaarts keren. Het is een uur of negen als de eerste gasten van Nahid en Faiçal hun entree maken over de loper in de feestelijk versierde en verlichte tuin van een van de zaaltjes. Voor de ingang worden ze verwelkomd met een vreugdekreet van de negaffa en haar vijf assistentes - waarmee ze de profeet Mohammed vragen het huwelijk te zegenen – gevolgd door een hoog gejoel. Binnen worden de jassen uitgedaan en zorgvuldig opgevouwen, de feestkleding die tevoorschijn komt netjes gladgestreken. De vrouwen dragen chique kaftans en om hun hals en pols glinstert hun mooiste goud. Ze maken een mooi plaatje tegen de kleurige muren van de in Fassi-stijl (architectuur van de stad Fes) betegelde zaal, als ze zich settelen op de meterslange comfortabele Marokkaanse banken. De meeste mannen gaan in de tuin zitten; nog altijd brengen veel echtparen avonden als deze gescheiden door.
A
f en toe klinkt er Arabische muziek; de zanger Asri bereidt zich met zijn orkest voor op een lange nacht. Cameramensen lopen heen en weer, en leggen de laatste hand aan de opstelling van de televisietoestellen, die her en der verspreid staan. De hele bruiloft wordt op video vastgelegd en de opnamen zullen ter plekke gemonteerd worden in flitsende videoclipachtige beelden, zodat niemand iets hoeft te missen.
O
veral staan flessen water, en aan de bar buiten is zwarte koffie en muntthee met suiker te krijgen. De eerste schalen met zoete koekjes gaan rond. En terwijl de bruidegom nog rondloopt in zijn korte broek en op sportschoenen, begint het lange wachten op de bruid.

Nederland, februari 2002. Misschien komt er over een paar generaties een einde aan het ‘importhuwelijk’, Marokkanen zullen niet snel de pracht en praal die bij een traditionele bruiloft horen afschaffen, denkt Saloua Cherrouda. «Er is zo veel meer sfeer dan op een westerse bruiloft. En de bruid wordt ontzettend vertroeteld en in de schijnwerpers gezet. Dat willen moderne meisjes ook. Maar wat ik wel denk, is dat meisjes die hier zijn opgegroeid steeds vaker zullen kiezen voor een Marokkaanse bruiloft in Nederland.» Saloua merkt het aan den lijve. Er bleek in Nederland een aardige markt voor het werk van een ziyiana te zijn. Saloua’s weekenden zijn al maanden vooruit volgeboekt en ze moet regelmatig nee zeggen. Aan de vitrinekast in haar Amersfoortse huiskamer is te zien hoeveel cliënten ze in de loop der jaren al heeft gehad; er liggen zeker een paar honderd witte en pastelkleurige bruidsuikertjes in. «Zo’n twintig jaar geleden moest een bruid in spe er nog voor naar België, waar de bruidscultuur al langer bestaat. Maar sinds een jaar of vijftien is ook hier alles verkrijgbaar wat nodig is om volgens je eigen cultuur en tradities te trouwen: alle ingrediënten voor een Marokkaanse maaltijd, traditionele muzikanten en orkesten, prachtige stoffen voor de bruidsjurken - die overigens wel in Marokko met de hand worden gemaakt! – en er zijn zelfs bedrijfjes die een oer-Hollands partycentrum omtoveren in Arabische sferen. En ziyiana’s natuurlijk. Daar zijn er ook inmiddels heel wat van. Maar het is voor mij niet alleen werk; ik doe het ook met heel veel liefde en gevoel. Ondanks mijn eigen negatieve huwelijkservaring, kan ik bij sommige bruidjes echt enorm de kriebels krijgen. Dan ben ik zo blij dat ik even getuige mag zijn van dat gelukzalige moment.»
De reden dat veel jonge meisjes liever niet in Marokko trouwen, is volgens Saloua dat ze daar weinig hebben in te brengen. «Als er een negaffa of ziyiana wordt ingehuurd is háár wil wet. Het zijn vaak oudere vrouwen, die behoorlijk in aanzien staan. Zeker de hoofdziyiana. Zíj heeft de kennis en de bruid moet daar respect voor hebben. Nou, die meisjes van tegenwoordig laten zich echt geen donkere lippenstift aanpraten, als ze dat zelf niet mooi vinden. Als bruiden mij inhuren, weten ze dat ik alles met hen overleg. Ik bied ze een Marokkaanse bruiloft aan in een Nederlands jasje. Want je kunt niet zomaar alle tradities meenemen naar een andere beschaving. Die meisjes hebben toch een andere achtergrond meegekregen, hebben vaak een hbo- of universitaire opleiding. Ze zijn kritisch en hebben een eigen mening over hoe ze er op hun bruiloft uit willen zien. Ze maken het liefst zelf afspraken met de cateraar, willen hun eigen bruidsjurken uitzoeken. Als ze in Marokko trouwen, moeten ze dat aan iemand anders overlaten, want dat lukt niet in die vier weken vakantie. Soms krijg ik de vraag of ik mee ga naar Marokko, maar dat is natuurlijk niet mogelijk. Ten eerste moet ik mijn reis zelf betalen, ten tweede levert mijn make-upkoffer, vol met peperdure Chanel- en Diorproducten, problemen op bij de douane. Dat kan voor een meisje de doorslag geven om toch maar in Nederland te trouwen.»
N
iet al Saloua’s klanten kennen trouwens de bruidscultuur van huis uit. «Het is typisch iets wat voorkomt in steden als Fes, Marrakech, Tanger en Tétouan. En elke stad heeft weer haar eigen gebruiken en gewoonten. Bruiloften op het platteland van Marokko zijn veel soberder. Omdat de Marokkaanse bevolking in Nederland veelal van Berberse afkomst is, kennen ze die cultuur dus helemaal niet. Ze komen er hier pas mee in aanraking doordat Berbermeisjes bevriend raken met stadsmeisjes, en net zo’n bruiloft willen als hun vriendin.»

Marokko, augustus 2001. Het is klokslag middernacht als in Fes het langverwachte moment eindelijk daar is: gezeten op twee zilveren draagstoelen wordt het bruidspaar de zaal binnengedragen. Faiçal is gekleed in een witte djellaba en een rode fez. Nahid draagt de Amira – de witte ‘prinsessenjurk’ die sinds het huwelijk van prinses Meryem begin jaren tachtig traditiegetrouw door elke Marokkaanse bruid wordt gedragen – en fonkelende zilveren juwelen. De draagstoelen staan symbool voor de status die het bruidspaar deze avond heeft. Net als vroeger de sultan en Cleopatra door dit vervoermiddel lieten zien hoe belangrijk ze waren, moet nu iedereen het bruidspaar kunnen bewonderen. Zéker twintig minuten lang wordt het paar aan alle kanten van de zaal getoond. De vrouwen maken ‘knipperlicht’-bewegingen met hun handen richting bruid. «Dat betekent: je bent zo mooi, je schittert helemaal. En het beschermt tegen ‘boze ogen’,» legt Nahid's vriendin en collega Soumaya uit. Nahid glimlacht dapper ondanks haar hoogtevrees, maar ze houdt zich stevig vast aan de stoel als ze boven de klappende en juichende gasten machteloos meedeint op de opzwepende muziek.
Als het paar eindelijk naar beneden mag, neemt het plaats op de bruidstroon die op een verhoging staat onder een hemel van witte en zilvergrijze glanzende stof, en is het tijd voor foto’s. Soumaya is een van de eersten die op het podium klimt om te poseren naast het paar, ouders volgen, nichtjes, oma’s, vriendinnen. Het zijn vooral vrouwen die zich willen laten vereeuwigen. De meeste mannen zitten nog steeds in de tuin en volgen het gebeuren via de televisietoestellen. «Ze durven niet zo goed te dansen,» zegt Soumaya, terwijl ze zelf de vloer weer opgaat. Als het paar weer opstaat van de troon en naar achteren vertrekt, zwelt de muziek aan en blijven de vrouwen dansen. Heupwiegend en sierlijk met hun handen draaiend.
Nog vijf keer zal het bruidspaar die nacht de zaal opnieuw betreden en zal het ritueel van showen, poseren en vriendelijk lachen worden herhaald. Nahid's jurken worden steeds mooier en kleuriger. Het hoogtepunt is misschien wel de Egyptische jurk, een typische klederdracht uit Fes, en loeizwaar. Terwijl de temperatuur in de zaal inmiddels behoorlijk is opgelopen, blijft Nahid glimlachen onder haar enorme hoofdtooi. Bruid zijn is hard werken.
Als de hemel boven Fes langzaam lichtpaars kleurt, komt het bruidspaar voor de laatste keer de zaal in. Nahid draagt ter afsluiting van het feest traditiegetrouw een westerse witte jurk. De taart wordt aangesneden, er wordt weer gedanst en geposeerd. Het is een uur of zes als het ontbijt wordt geserveerd: harira – een gebonden soep met kikkererwten – en honingkoekjes om erin te dopen.
Nahid perst er bij het afscheid nemen van de gasten nog wat laatste lieve glimlachjes uit. Ondanks het slaaptekort door twee nachten feesten, ziet ze er nog prachtig en stralend uit. Maar ze is blij dat ook dit feest er eindelijk op zit. «Ik heb het echt helemaal gehad hier. Nu neem ik een paar slaappillen, en wil ik alleen nog maar slapen…»

Nederland, Lelystad, maart 2002. Nahid is in een juichstemming. Eindelijk, na ruim een half jaar wachten heeft ze een woning toegewezen gekregen en kan Faiçal naar Nederland komen. Sinds augustus hebben ze elkaar niet meer gezien en dat heeft Nahid zichtbaar geen goed gedaan; ze is kilo’s afgevallen. «Ik was ook wel een beetje laat met inschrijven op woningen, ik had gedacht dat het veel sneller zou gaan. Gelukkig hebben mijn collega’s me aangespoord er flink achter aan te zitten, anders had het nog langer geduurd. Faiçal komt in april hier naartoe. Dan kan hij eindelijk Nederlands gaan leren, dat was in Marokko helaas niet mogelijk. We gaan er echt alles aan doen om ervoor te zorgen dat hij zich hier thuis gaat voelen. Maar wel met behoud van eigen cultuur natuurlijk.»