|
|
|
|
|
 |
Schrijfster Naema Tahir: «Ik maak mijn eigen regels»
Ze staat bekend als kritische moslima en schreef een spraakmakend erotisch romandebuut. Inmiddels is juriste Naema Tahir fulltime schrijfster en werpt ze zich op als inspirator voor een betere wereld.
|
|
|
|
|
|
Ze is pas vanaf 18.00 uur beschikbaar voor interviews, mailt ze nadrukkelijk. Tot die tijd werkt schrijfster Naema Tahir (36) gedisciplineerd in haar appartement in Amsterdam-Zuid aan haar nieuwe roman. Die hoopt ze nog dit jaar af te krijgen en als ze steeds maar weer afwijkt van dat werkschema lukt dat nooit. «Ik ben niet iemand naar wie de inspiratie zomaar toekomt. Ik moet dat sturen, en dus moet ik mijn tijd afbakenen,» legt ze later uit. «Ik heb een periode gehad dat ik helemaal niet kon schrijven als ik ’s avonds een afspraak had. Toen heb ik tegen mezelf gezegd: dat is niet normaal. Dus nu werk ik van kwart over negen tot zes uur. Van drie tot vier mag ik van mijzelf mijn e-mail checken.» Migratie en ontheemding zijn de thema’s van dat nieuwe boek. Het gaat over een moslim migrantengezin in het Westen dat zich afsluit van de verloederde omgeving. Of het erotisch gaat worden, net als haar debuutroman Kostbaar bezit, weet ze nog niet, maar ze snapt dat dat misschien van haar wordt verwacht. «Als je een pastarestaurant hebt opgezet, kun je ook niet ineens Chinees eten gaan serveren. Maar ik heb nog geen idee wat mijn personages allemaal gaan doen,» vervolgt ze lachend. Het is voor het eerst dat ze een boek schrijft zonder baan ernaast. Vorig jaar is ze met een sabbatical van twee jaar weggegaan uit Straatsburg, waar ze als jurist werkt bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. «Ik wilde weten hoe het is om fulltime schrijfster te zijn. Gelukkig heb ik de mogelijkheid om dat uit te zoeken - bij de Raad van Europa mag je zes jaar wegblijven als je goede redenen daarvoor hebt.»
Waarom niet meteen de knoop doorgehakt en definitief voor het schrijversschap gekozen? «Ik vind mijn werk als jurist erg leuk, vooral vanwege de internationale omgeving. Dit had ik ook precies voor ogen toen ik koos voor de rechtenstudie. Ik weet niet of ik dat wil opgeven. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik er wel tegenop zie om weer terug te gaan naar Straatsburg. Want ik miste Nederland toen ik daar was. Dit is toch mijn land. Van mijn drie paspoorten - ik heb de Pakistaanse, Britse en Nederlandse nationaliteit - zou ik de eerste twee zonder probleem opgeven, als het moest.» Je houd je overigens nu niet alleen met schrijven bezig. Je bent ook lid van het nieuwe initiatief Worldconnectors. Wat wil je bereiken? «Worldconnectors richt zich kort gezegd op een rechtvaardige en duurzame wereld, en op een Nederland dat verder kijkt dan de eigen dijken. We zijn geen praatgroepje, maar willen daadwerkelijk politiek, publiek, media en beleidsmakers beïnvloeden. Het komt erop neer dat we lief moeten zijn voor elkaar, respect moeten hebben voor elkaars verschillen en goed zijn voor het milieu. Een van de eerste thema’s die we hebben opgepakt is migratie en daarin kan ik, gezien mijn werkervaring en migrantenverleden, concreet iets betekenen. Dat was ook de voorwaarde voor mijzelf om ja te zeggen toen ik werd gevraagd. Ik bedoel, ik vind mezelf nog bepaald geen zwaargewicht. Maar als het gaat om migratie en werelden verbinden heb ik wel wat te zeggen. Ik kan anderen inspireren om opener en toleranter te worden. Want daar gaat het om: mensen moeten goede dingen doen. Dat doen ze vaak niet uit zichzelf en je kunt ze er ook niet toe dwingen.» Hoe ga je dat aanpakken? «Een van onze punten is dat we niet te gefocust moeten zijn op de integratie van migranten, maar op participatie. Integratie impliceert dat je als migrant de Nederlander volledig moet begrijpen en kennen, er eigenlijk een moet worden. Dat is vrijwel onmogelijk, want je kunt je verleden niet uitwissen. Als ik naar mezelf kijk: ik spreek goed Nederlands, maar spreekwoorden vermijd ik - die snap ik niet. ‘Het klopt als een bus’ associeer ik bijvoorbeeld met de bussen in Pakistan, waar je aan de buitenkant op moet kloppen als je wilt dat ie voor je stopt. Participatie daarentegen betekent uitgaan van de positieve dingen, zoeken naar de overeenkomsten in plaats van eindeloos de verschillen benadrukken. Veel vluchtelingen zijn hoogopgeleid en hebben verlichte ideeën waar wij van kunnen leren. Zij kunnen een belangrijke rol spelen in het debat, en in hen willen we energie steken. Zo krijg je ook een ander beeld over migranten en neem je angst weg, hoop ik. Dat in het huidige regeerakkoord het woord participatie heel vaak voorkomt, is de verdienste van Worldconnectors.» Bij die participatie zie je een belangrijke rol weggelegd voor migrantenvrouwen, schreef je in NRC Handelsblad. Waarom? «Het is bewezen dat zij veel kunnen bereiken, als zij maar de tools in handen krijgen. Het zit in het karakter van die vrouwen om te overleven en juist daardoor hebben wij de hoop dat zij, meer dan mannen, uiteindelijk op alle niveaus gaan participeren. Daar komt bij dat de migratie feminiseert. Je ziet steeds meer individuele vrouwelijke migranten, in tegenstelling tot decennia geleden toen de vrouwen vooral hun man volgden.» Zelf heb je het ook niet slecht gedaan als vrouwelijke migrant. Hoe kijk je daar nu op terug? Dat ontwortelen constant heeft zijn tol geëist hoor. Migratie is wreed. Als kind van tien, toen we van Engeland naar Nederland verhuisden, lukte het me wel om binnen een paar maanden Nederlands te leren. Maar nadat ik van mijn veertiende tot mijn zestiende in Pakistan had gewoond, ging het mis. Bij aankomst op Schiphol zei de douanebeamte tegen me: goedemorgen, welkom thuis. En ik kon helemaal niets terug zeggen. Ik had de taal in mijn lijf, maar er kwam niets uit. Op het vwo zat ik met een grote taalachterstand. En ik zag er ook nog eens anders uit, had een Arabische naam en een strenge moslimopvoeding, dus uitgaan deed ik niet. Ik viel er helemaal buiten en kon niet van me afbijten. Dat is heel hard voor een tiener. Toen laatst die schietpartij in Virginia was, moest ik er weer aan denken hoe het is om je totaal buitengesloten te voelen. De dader kon daar niet mee omgaan en gaf de hele wereld de schuld van zijn situatie. Ik voelde me destijds ook ontzettend zielig. Ik realiseerde me pas later dat dat gevoel je heel erg kan belemmeren.» Ook jij bent je toen op een bepaalde manier extreem gaan gedragen. «Klopt. Ik ben extreem streng gelovig geweest, zo eng dat zelfs mijn ouders zich zorgen maakten. Ik bad zeven keer per dag in plaats van de vereiste vijf keer, at sinaasappels alleen maar omdat de profeet ze lekker vond en kauwde mijn eten 32 keer voordat ik het doorslikte. Ik keek geen tv omdat een iman had gezegd dat het een onrein dier in je huis was, en ik sliep met een hoofddoek. Het gaf me houvast, een voedingsbodem om niet te hoeven nadenken of ik nou Nederlands was of Pakistaans – ik was gewoon moslim. Toen ik ging studeren zag ik andere mensen gelukkig zijn zonder dat ze geloofden. Daardoor ben ik een tijd totaal de andere kant op gegaan. Ik wilde alleen maar Nederlands zijn; ik had kort haar, droeg korte rokjes, en dronk voor het eerst alcohol.» Toen woonde je neem ik aan niet meer bij je ouders? «Ik heb mijn ouders op een creatieve manier ervan overtuigd me naar Leiden te laten gaan, in plaats van naar de universiteit in Tilburg. We woonden in Brabant, dus in Tilburg studeren, zou betekenen dat ik thuis moest blijven wonen. En ik wilde weg uit de dominantie van het gezin, ik wilde opnieuw beginnen, mijn eigen fouten kunnen maken. Dus zei ik dat er in Leiden meer afstudeerrichtingen waren waarmee ik na mijn studie in Pakistan zou kunnen gaan werken in het leger.» Op je 27ste wilden je ouders je uithuwelijken. Je weigerde, en in plaats daarvan koos je voor een Nederlandse man die ook nog eens geen moslim is. Dat heeft de relatie met je ouders verstoord. Hoe gaat het nu tussen jullie? «Wat ik heb gedaan, gaat helemaal in tegen de regels waar een moslimvrouw zich aan moet houden. Ik maak mijn eigen regels en dat is moeilijk voor mijn ouders. Fysiek heb ik geen contact meer met hen. Ik hoor via mijn broers en zussen dat het goed met ze gaat. Ze gedogen mijn huwelijk, maar zijn er niet blij mee en zullen het nooit accepteren. In het begin wilde ik dat per se, maar nu vind ik het niet meer zo erg. Het is een heel delicaat onderwerp voor me, dat wel, maar ik moet nu even mijn leven leiden en er niet over nadenken hoe emotioneel het is. Mijn ouders en ik leven in aparte werelden die moeilijk te overbruggen lijken. Zij hebben hun normen en waarden, ik de mijne, en beide zijn in wezen goed. Wat niet goed was, was dat ze mij dwongen tot een verloving.» Je hebt nog geen kinderen. Wil je ze wel? Het zou een brug kunnen slaan… «Kinderen zouden het verschil kunnen maken in de relatie met mijn ouders, dat klopt. Maar ik vermoed dat ik kinderloos blijf, het is een van de grootste twijfels in mijn leven. Rond mijn 26ste wilde ik ze absoluut niet, toen wist ik als idealist zeker dat ik een kind zou adopteren. Toen ik mijn man ontmoette, wilde ik ze ineens wel heel graag, maar ik wilde ook naar Afrika voor de VN. En toen ik terugkwam, kreeg ik de baan in Straatsburg. Dus weer uitgesteld. En nu wonen we eigenlijk nog steeds niet samen. Mijn man woont in Den Haag.» Je hebt een lat-huwelijk? «Ja, dat was mijn idee. Mijn man vond het maar niks, maar ik wilde heel graag in Amsterdam wonen toen ik uit Straatsburg kwam. Inmiddels ben ik er ook van teruggekomen. We zien elkaar een paar keer per week, als hij tenminste niet op reis is voor zijn werk, en dat brengt toch vaak gedoe en irritatie met zich mee. Het duurt niet lang meer hoor, voordat ik naar Den Haag verhuis.» Even terug naar dat migrantenverleden, het conflict met je ouders. Liggen daar de wortels van de mensenrechtenactivist Naema? «Ik heb van jongs af aan ongelijkheid gezien. In Pakistaanse gezinnen zijn grote verschillen tussen man en vrouw. Jongens mogen zwemmen, meisjes niet. Jongens mogen studeren, meisjes niet. Ik mocht toevallig wel studeren, en heb bewust voor rechten gekozen. Deels uit glamoureuze overwegingen,want ik was een fan van L.A. Law, maar zeker ook omdat ik dingen wilde rechtzetten. Daarnaast heb ik ook een sterke bewijsdrang. Drie jaar lang hoorde ik van leraren dat ik het niet zou gaan redden. Op een gegeven moment dacht ik: I’ll show them! Ik voelde toen een ontzettende boosheid naar mijn ouders toe: hoe hebben jullie ons zo vaak kunnen laten migreren! Ik denk vaak als ik mensen zie die zich heel erg aan het bewijzen zijn, dat ze iets hebben meegemaakt waardoor ze zo zijn geworden.» Ben je inmiddels wel tevreden met wat je hebt bereikt? «Eerder over wie ik ben. Die drang om te laten zien wat ik kan, dat ik aardig wat hersencellen heb, en best goed Nederlands praat, zal altijd blijven. Maar ik moet die prestatiedrang nu wel eens gaan analyseren, anders blijf ik bezig en daar word ik niet gelukkiger van. Dus nu ik wat meer tijd heb voor mezelf, kan ik ook wat aan introspectie doen. Ja, ik ga een beetje de spirituele kant op. Ik moet in harmonie komen met mezelf, want ik ben te onrustig van nature. Ik moet aarden, vind ik. Vandaar ook even geen hoge hakken meer, zoals je ziet.»
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|