INTERVIEWS
Journalist Joris Luyendijk
Judith Ploegman van FNV Jong
Cabaretière Sara Kroos
Actrice Bracha van Doesburgh
Strafadvocaat Inez Weski
Schrijfster Naema Tahir
Hanneke Festen van het OM
Victimoloog Jan van Dijk
Anna Korvinus
Zwemster Marleen Veldhuis
Tori Amos
Mukhtar Mai
Sylvana Simons
Anneke van The Gathering
ANNEMARIEVANGROEZEN  JOURNALIST*

'Ik gooi altijd weer roet in het eten'.

Interview met strafadvocaat Inez Weski (Mr. 2005)

 

De Copa-zaak, Sister P. en dj Raymond K. Grote, complexe strafzaken. Een simpele roofoverval of mishandeling kan topadvocaat Inez Weski allang niet meer boeien. Nu staat ze Desi Bouterse bij voor de Hoge Raad met zijn herzieningsverzoek. Interview met een gedreven vrouw, die slecht te spreken is over het huidige strafrechtklimaat. “We leven in een politiestaat. Je wordt hier tegenwoordig wel heel snel verdachte.”

 

Ze dacht dat ze nergens meer van op zou kijken. Maar laatst was ze toch weer even sprakeloos, toen ze vernam dat er een afluistertap was geplaatst op de cel van een van haar cliënten. Waarbij de cliënt eerst nog, op straffe van plaatsing in de isolatiecel, gedwongen werd ingesloten met een medeverdachte uit de Ficus-zaak, een omvangrijk Nederlands-Surinaams drugsonderzoek. Voor mr. Inez Weski (1955) is het 't zoveelste bewijs dat de strafvervolging de afgelopen jaren verruwd is. Want wat er nu allemaal gebeurt, is volgens de Rotterdamse strafadvocaat wel héél extreem. "Dossiers zijn tot aan de zitting niet compleet, post tussen advocaten onderling wordt in beslag genomen, telefoongesprekken met cliënten worden afgeluisterd, en nu dit weer. Dit opsporingsmiddel was nog niet eerder toegestaan door een rechter-commissaris, maar deze vond kennelijk dat het kon. Het onderzoek liep immers al vanaf 2001, zo vermeldt het begeleidende rapport aan de rechter-commissaris uitdrukkelijk. Het gaat tegenwoordig meer om resultaatsvinding dan om waarheidsvinding; sommige verdachten moeten koste wat kost hangen.”
Toen begin september aan het licht kwam dat er in de zaak Nienke Kleiss cruciaal bewijsmateriaal is achtergehouden om tot de veroordeling van Cees B. te komen verbaasde dat Weski dan ook allerminst. “Het tekent niet alleen de blinde drang tot het verkrijgen van een veroordeling, maar toont ook dat er zich binnen de rechterlijke macht personen bevinden die blijkbaar met droge ogen hebben aangehoord dat er een man onschuldig is veroordeeld. Verontrustend vind ik dat.
Het openbaar ministerie (OM) vertrapt als een verblind paard elk recht dat in de weg ligt. En de verdediging mag plaatsnemen op de tribune en vanaf daar naar de executie kijken. Je cliënt verdedigen, is kennelijk niet langer de bedoeling. De strafadvocaat is in een dwangbuis terechtgekomen." 

DE GOEDE EN DE SLECHTE ZUS
Hoe anders was het in 1978, toen Weski zich aansloot bij haar zus Miriam, die twee jaar daarvoor een kantoor in Rotterdam was begonnen. Haar zus is gespecialiseerd in civiel, handelsrecht en zelfs hippisch recht, zijzelf deed vrijwel meteen de strafzaken. "Als de goede zus en de slechte zus uit het sprookje", zegt Weski met haar karakteristieke schaterlach die ze zelf ‘die waanzinnige lach’ noemt. Van een bewuste keuze voor het strafrecht is echter nooit sprake geweest. "Op een gegeven moment ontdekte ik dat ik heel veel strafzaken deed. Achteraf kun je eigenlijk pas terugredeneren en rationaliseren waarom je doet wat je doet. Ik denk dat ik graag een bepaalde mate van controle heb, ook al is die fictief. Het snelle procederen spreekt me waarschijnlijk ook aan - dit rechtsgebied is minder stroperig dan civiel recht of bestuursrecht. Want hoewel je voor die tijd een hoop papieren moet doorworstelen, sta je wel in de rechtszaal en kun je ter plekke handelen. En het psychologische aspect boeit me; het strafrecht legt het menselijk handelen, het falen, de sublimatie van angsten en de verdeling van macht tussen mensen onderling en de overheid bloot. Maar gepland heb ik deze carrière dus nooit. Ik ben niet zo’n planner. Behalve dan in de behandeling van een zaak. Dan moet je juist vaak ver vooruit schaken.”
D
e optie om te switchen naar de zittende kant van het vak is wel eens door haar hoofd gegaan. Maar in een gebouw, deel uitmakend van een organisatie, zou ze zich ingekapseld voelen. "Die rust heb ik niet, en ook niet de state of mind om de dossiers die langskomen af te werken en het gebouw pas te verlaten nadat je jezelf hebt afgemeld. Ik moet kunnen rondlopen. En ik moet vooral kunnen wéglopen. Ik wil altijd de mogelijkheid hebben om op te houden met een zaak, onafhankelijk zijn. Met kantooradministratie en de organisatorische kant houd ik mij in het geheel niet bezig. Mijn zus en ik vullen elkaar wat dat betreft goed aan. Zij is een echte regelneef, mijn hoeder. Laat mij maar gewoon zaken doen." 

SCHAAKSPEL
Hoeveel zaken ze momenteel heeft, weet ze niet. Haar kamer is bezaaid met papierwerk. Naar eigen zeggen heeft ze om de een of andere duistere reden vooral 'dozenzaken', omvangrijke en veelal internationale dossiers waarvan sommige al een jaar of acht lopen. Een moord of sommige fiscale dossiers zijn plaatselijke affaires die ze ook wel aanneemt, maar ze kan zich niet meer heugen wanneer ze voor het laatst een gewone huis-, tuin- en keukenstrafzaak heeft gedaan. Weski: "Het internationaal strafrecht is wat minder voorspelbaar. Je bent veel in het buitenland en dus meestal onderweg,  maar de wisselwerking met de verschillende rechtstelsels in de diverse landen geeft bevrediging. Ik kom nog zelden op de rechtbank hier in Rotterdam sinds de invoering van het landelijk parket en de daarmee gepaard gaande al dan niet willekeurige verdeling van megazaken over Nederland. Ik vergelijk mijn zaken vaak met een schaakspel. En het zijn vooral landen als de Verenigde Staten, Engeland en Duitsland die de schaakstukken verzetten. Ze hebben iemand op het oog, volgen die persoon een jaar, laten de zaak in een bepaald land klappen en geven een berichtje. En dan mag ik proberen te traceren hoe het allemaal is gelopen en hoe mijn cliënt in hemelsnaam op de positie van verdachte is terechtgekomen. Dat is een uitdaging, maar soms ook heel frustrerend. Ons OM is de landsgrenzen als een voor hen positieve factor gaan gebruiken. Door in licentie te laten vervolgen en te verhoren, door getuigen te benaderen binnen een setting waar iets meer mogelijk is om een verklaring te kunnen krijgen [volgens Weski heeft justitie de Liberiaanse getuigen in de zaak tegen de vermeende oorlogsmisdadiger Guus Kouwenhoven grof betaald om belastende verklaringen af te leggen, en is er vervolgens geld betaald aan deze getuigen om voor het OM getuigen ‘te traceren’. Het OM beweert dat het slechts onkostenvergoedingen betrof, avg]. Als je het OM dan vraagt om daarmee op te houden omdat een dergelijke methode geen objectieve getuigen maar medestanders oplevert, krijg je als antwoord dat men dat gewoon kan en mag doen. En als je wilt weten wie deze getuigen heeft verzameld, om de verstrekker te kunnen horen, dan wordt dat simpelweg niet nodig gevonden. Anonieme getuigen en kroongetuigen worden steeds makkelijker aanvaard. En men laat zich nog maar weinig gelegen liggen aan verdragsrechtelijke of volkenrechtelijke beginselen. Elk juridisch normbesef wordt opzijgezet." 

VICTORIAANS
Ondanks al die frustraties heeft ze nooit overwogen ermee te stoppen. "Blijkbaar heb ik een afwijking."  Maar het recht an sich blijft iets moois, vindt ze, en dat drijft haar nog steeds. En misschien ook wel die allesoverheersende overheid. "We leven in een politiestaat. Als je van de wieg tot het graf wordt gefotografeerd, gefilmd, gefouilleerd, beluisterd, wordt gekeken welke boeken je leest en welke sites je bezoekt en je je paspoort moet laten zien, zonder dat je verdachte hoeft te zijn, dan is dat niet goed. Men wordt in Nederland blijkbaar niet als ingezetene, maar primair als verdachte geboren. Als advocaat ben je dan de laatste strohalm en, ook al is het niet makkelijk, ik wil die functie blijven verrichten." 
Maar dan wel op háár manier. Nederigheid kent ze niet, zei ze twee jaar geleden in Volkskrant magazine, en ook naar cliënten toe is ze overheersend. Of ze Mohammed B. had kunnen verdedigen onder dezelfde voorwaarden als haar collega mr. Peter Plasman dat moest doen, weet ze niet. Weski: "Ik kan nooit van tevoren zeggen of ik een zaak wel of niet doe. Er zijn allerlei juridische, praktische en financiële drempels. Maar ik begreep dat Mohammed B. zich helemaal niet wilde laten vertegenwoordigen, dus in dat geval zou ik zeggen: graag of niet. Het lijkt mij een minimaal vereiste, dat de betrokkene verdedigd wenst te worden! Als ik een zaak aanneem dan is altijd duidelijk dat ik de zaak doe zoals ik 'm wil doen. Ik kan geen route kiezen waar ik niet achtersta. Je moet toch vinden dat je gelijk hebt en je moet dat gelijk ook krijgen. Maar je doet het wel sámen, je spreekt erover en je cliënt moet het ermee eens zijn. Je moet achteraf je cliënt in het gezicht kunnen kijken, maar je moet ook tegen hem kunnen zeggen: ik houd ermee op. En dan maakt het niet uit wie die cliënt is. Ja, dat kan ook cliënt Bouterse zijn." Weer die schaterlach. 
Dat ze met haar kritische houding en eindeloze drang om te winnen geen vrienden maakt in de wereld van opsporing en vervolging, merkt Weski vaak genoeg. "Toen een Chinese cliënt van mij ooit arriveerde in Nederland vroeg hij aan de politie om mij te bellen. Deden ze gewoon niet. Men belt liever de piketadvocaat in de hoop dat die zal zeggen: beken het nou maar gewoon. Als ik kom, wordt er blijkbaar weer roet in het eten gegooid. Zo werkt het. En het gaat nog veel verder; er worden allerlei rariteiten uitgehaald om de cliënt te isoleren van zijn advocaat. Bijvoorbeeld door op het moment dat je hem wilt bezoeken, de cliënt weg te halen. Dan sta je daar dus voor niks bij het huis van bewaring."
Waar haar overwinningsdrang vandaan komt, weet ze niet. "Ik ben er nooit voor in therapie geweest om het uit te zoeken. Ik heb het overigens alleen in mijn werk, niet met een spelletje kaarten hoor. Als ik weet hoe een zaak in elkaar zit, waar het scheef zit, dan ga ik door tot ik heb bereikt wat ik wil."
Er bestaan volgens Weski veel misvattingen over het beroep van strafadvocaat. "Er hangt een sfeer omheen alsof we allemaal geldwolven zijn. Noem maar iets gruwelijks en we doen het. Maar men heeft geen idee wat het echt inhoudt. Je bent dagen, avonden en weekenden in continu dienst. De dikke dossiers, de correspondentie, men ziet het niet. Net zomin als de poortjes waar je op kousenvoeten door moet omdat ze maar blijven piepen - vies vind ik dat. En de macht van de man in het hokje, die weigert om er uit te komen. Die wil gewoon dat je op je sokken gaat lopen. Dit soort mensen geven we de bevoegdheid om tot hun ellebogen in je tas te gaan wroeten, wat ik, als enige in Nederland geloof ik, heel onhygiënisch vind. O bah, denk ik dan. Ik ben heel Victoriaans, zullen we maar zeggen." 

PIJNGRENS
Op het computerscherm achter haar meldt de screensaver de boodschap: 'and justice for all'. Voor Weski een natuurwet. Ze meent dat het ooit weer allemaal teruggedraaid wordt. "Dat is een voorspelbaarheid. Om de tien jaar gebeurt dat. Dan wordt het erg, erger en uiteindelijk: té erg. De dwalingen volgen elkaar steeds meer op omdat de opsporing vanaf het begin te eenzijdig en te onzorgvuldig gebeurt waardoor de vervolgde, met de huidige regelgeving en tijdgeest dus steeds vaker onterecht, als enige verdachte en enige veroordeelde komt bovendrijven. Nu moet er nog even iets gruwelijk fout gaan. Bijvoorbeeld dat men na herinvoering van de doodstraf en na het tiende lijk dat ten onrechte hangt, denkt: zo kan het niet langer, de pijngrens is nu bereikt."
Maar eerst moet deze politiek vertrekken. "Dit kabinet lijkt een gelegitimeerde lynch mob. Met een heel contingent kamerleden die allemaal maar wat roepen dankzij de hysteriespiraal waar ons land de laatste jaren in verkeert. Soms worden regelingen voorgesteld die al lang bestaan of volstrekt onuitvoerbaar zijn, met als effect het bouwen en vullen van gevangenissen. Dat daar steeds meer onrust, opstanden en desperado's mee worden gekweekt, wordt blijkbaar een aanvaardbare prijs gevonden. De kunst van het volks mennen heeft haar vruchten afgeworpen. Het is makkelijk om medestanders te krijgen als je maar genoeg angst zaait. Als men het gevaar steeds groter en nabijer schildert, dan willen mensen wel beschermd worden en protection money betalen. En dat geld wordt nu betaald in natura, namelijk het inleveren van je vrijheid. Als je dat niet wilt, heb je vast iets te verbergen. Ik vind het niet vreemd dat er nu zo'n emigratiegolf ontstaat. Ik hoor het overal, want wie wil dit nog?"
Z
e heeft het zelf ook wel eens overwogen, emigreren. Gehecht aan Nederland en aan Rotterdam is ze niet. Het aardige van Nederland was juist het kneuterige, het naïeve. En dat is weg. Mee met de grote versobering. Weski: "Rotterdam is een echte werkstad, dat is positief, maar het is ook een politiestad geworden. Je stapt de deur uit en je wordt bijna onder de voet gelopen door een peloton surveillanten. Ze harassen de bezoekers van de Pauluskerk op een gruwelijke manier. Al die agenten geven mij eerder een onveiliger gevoel."
En dus zet ze haar strijd maar voort. Vanuit Rotterdam en de rest van de wereld. Aan vakantie doet ze niet. De vrijdagavond probeert ze vrij te houden, maar zaterdag is ze thuis alweer aan het werk en op zondag zit ze meestal weer op kantoor. "Ik ben een soort woudloper, ik ga maar door. Waarschijnlijk tot het moment dat ik er ineens bij neerval." En weer klinkt die lach.