|
|
ANNEMARIEVANGROEZEN JOURNALIST
|
|
|
|
Geluk is een keuze
Van meer keuzevrijheid worden we niet gelukkig, zo blijkt uit onderzoek. Dan moeten we in deze meerkeuzemaatschappij wel steeds ongelukkiger worden… Of is er een manier om met al die keuzes om te gaan?
Tig soorten shampoo, tientallen smaken ijs, woonboulevards waar je een hele dag kunt doorbrengen, een lunchkaart met vijftien luxe belegde broodjes, wat eten we vanavond, waar gaan we heen op vakantie, wil ik verder met deze relatie, gaan we trouwen of niet, nemen we wel of geen kinderen, en als kinderen krijgen niet lukt, proberen we het dan alsnog met ivf, of via adoptie, en naar wat voor school doen we die kinderen dan? En kunnen we die pensioenregeling nog even voor ons uitschuiven alsjeblieft...? Dankzij de toegenomen welvaart hebben we het de laatste paar decennia voor het uitkiezen. En sinds begin jaren negentig de overheid vond dat keuzevrijheid goed voor ons is en de vrije markt op ons los liet, kunnen we ook zelf kiezen waar we onze energie vandaan halen, bij welk bedrijf we onze telefoonaansluiting nemen en hoe we onze ziektekostenverzekering inrichten. Kunnen kiezen is mooi, want door de keuzes die we maken, onderscheiden we ons van anderen en bepalen we onze eigen identiteit. Volgens de ontwikkelingspsychologie kun je daar niet vroeg genoeg mee beginnen. Onder één voorwaarde weliswaar: het aantal keuzeopties moet aansluiten bij de levensfase van het kind. Van te veel keuzes wordt een kind op een bepaalde leeftijd namelijk juist niet zelfverzekerder of gelukkiger. Integendeel, het raakt ervan in de war. En eigenlijk geldt dat ook voor de volwassen, intelligente mens: ook wij kunnen maar een beperkt aantal keuzemogelijkheden aan. Dat bleek twee jaar geleden uit het rapport ‘De meerkeuzemaatschappij’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). De onderzoekers, die ons kiesgedrag hadden bestudeerd, concludeerden dat de grote keus die wij als consument tegenwoordig hebben weliswaar een voorrecht is, maar dat het ook een plicht met zich meebrengt, namelijk de plicht om te kiezen. En plichten zijn meestal niet leuk, want die leggen weer een druk op ons. In dit geval de druk om informatie in te winnen en alternatieven af te wegen. Met rusteloosheid en stress als gevolg, want we moeten immers wel de juiste keuze maken. Bij het kiezen van de verkeerde shampoo is er geen man overboord, maar wat als het om belangrijker zaken als de aankoop van een auto of een huis gaat? Meer keuzevrijheid betekent bovendien dat je bij het maken van de foute keuze vooral jezelf de schuld moet geven. De verantwoordelijkheid voor het eigen falen is toegenomen. En daar worden we helemaal niet blijer van. In zijn boek De paradox van keuzes verklaart de Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz een en ander aan de hand van de wet van de afnemende meeropbrengsten: elke nieuwe keuzemogelijkheid voegt minder welzijn toe dan de voorgaande. En op een bepaald punt neemt het welzijn zelfs af als gevolg van de psychologische kosten die verbonden zijn aan het keuzeproces, zoals tijd, onrust, hoge verwachtingen en zelfverwijt als de uiteindelijk gemaakte keuze niet de juiste blijkt te zijn.
Maximizer of uitsteller? De groep die het meeste last heeft van keuzestress zijn de zogeheten maximizers, of optimizers Zij stoppen veel tijd en energie in vergelijkend warenonderzoek voor ze beslissen, maar zijn nooit tevreden zijn omdat ze vermoeden dat het nóg beter kan. Ze blijven twijfelen en vallen niet zelden ten prooi aan depressie en burn-out. Bovendien vergelijken ze zichzelf ook nog eens continu met anderen. Veel van de dure aanschaffen die ze doen, hebben met status te maken. Dergelijke ‘sociale vergelijking naar boven toe’ is een belangrijke bron van ontevredenheid, aldus psycholoog/schrijfster Beatrijs Ritsema vorig jaar in NRC Handelsblad. Maar het goede nieuws dat voortkwam uit het SCP-rapport is dat verreweg de meesten van ons satisficers zijn. De satisficer weet wat hij lekker en leuk vindt en kiest datgene waar hij tevreden mee is. Goed is voor hem goed genoeg. Het satisficer-schap is behalve een vorm van zelfbescherming en een gevolg van onze keuzemoeheid, ook het resultaat van routine. Veel keuzes doen we immers al onbewust omdat ze gebaseerd zijn op persoonlijke smaak, het netwerk waar we deel van uitmaken of gerelateerd zijn aan ons inkomen. We weten wel welke krant we graag lezen, in welk zaak we het liefst onze kleding kopen en welke tv-zender ons het meest aanspreekt. Door niet bij elke keuze bewust stil te staan, maar op ‘de automatische piloot te vliegen’ blijft er tijd en energie over voor écht belangrijke zaken. En het houdt de wereld enigszins overzichtelijk. Waar we ook heel goed in zijn, is gewoon niet kiezen of de keuze uitstellen. Zeker als het complexe zaken betreft. Vorig jaar legde socioloog Siegwart Lindenberg dit gedrag in de Volkskrant uit aan de hand van de doelen die wij hanteren bij het maken van keuzes. Hij onderscheidde drie doelen: instante bevrediging, verbetering van status en levensstandaard op lange termijn en waardering van anderen. Meer keuzevrijheid leidt volgens Lindenberg in eerste instantie tot het eerste, een goed gevoel, en gaat ten koste van de andere twee. In het hedonistische Nederland gaat het ons bij het kiezen vooral om de vraag: voelt dit wel lekker – en wel meteen? We blijken helemaal niet bezig met de lange termijn.
Weet wat je wilt Maar uiteindelijk komen we er ook voor de belangrijke kwesties in het leven, zoals relatie en werk, toch niet onderuit; kúnnen kiezen, is móeten kiezen, want als we het voor ons blijven uitschuiven, eindigen we alsnog ongelukkig. En dan komt de aap uit de mouw: we bezitten de vaardigheden om complexere keuzes te maken helemaal niet! We zijn er namelijk nog steeds niet aan gewend, omdat we het grootste deel van onze geschiedenis amper iets te kiezen hadden, zei arbeidspsycholoog Jolet Plomp een paar maanden geleden in Intermediair. Ze schreef een boek, Beslissen doe je zo, met technieken en strategieën om te leren kiezen. Maar haar conclusie is eigenlijk: ga op je gevoel af. Een keuze is goed als die goed voelt en niet tot nieuwe problemen leidt. En ze raadt aan om niet te veel mensen om advies te vragen, omdat iedereen altijd wel een mening over iets heeft of het beter weet. Voor wie het echt niet alleen af kan, is er altijd nog de personal coach. Die wordt tegenwoordig druk bezocht door dertigers die weigeren te kiezen omdat ze alles tegelijk willen en massaal in een vervroegde midlifecrisis, de quarterlifecrisis, zijn beland. De personal coach helpt hen uit te vinden wat hen écht boeit en wat ze écht willen. Want eigenlijk is dat het toverwoord om te kunnen kiezen en de juiste keuzes te kunnen maken, zegt ook arbeidspsycholoog Plomp. Je moet weten wat je zelf wilt, en zolang je dat niet weet, zal elke hulp zwaar zijn en blijf je twijfelen. Nu alleen nog even de coach kiezen die het beste bij je past.
Marianne Thieme (33), lijsttrekker van de Partij voor de Dieren en directeur Stichting Wakker Dier: 'Mijn levenshouding maakt kiezen eenvoudiger’ “Het hoofdthema van onze partij is dierenwelzijn, maar daar zit een bredere filosofie achter, namelijk het opkomen voor de zwakkeren in de samenleving. Dat maakt dat ik ook snel een standpunt kan bepalen over bijvoorbeeld de verzorgingsstaat, de oorlog in Irak of de positie van kinderen en ouderen. Dat staat los van links of rechts, of van religie. Ik ben praktisch idealist; ik geloof dat individueel handelen al een bijdrage kan leveren aan een rechtvaardiger wereld. Een dergelijke levenshouding maakt kiezen uiteindelijk eenvoudiger. En het maakt het leven makkelijker. In mijn privéleven beperk ik zelf mijn keuzemogelijkheden doordat ik zo ethisch mogelijk wil leven. Ik wil niet dat er door mij dierenleed ontstaat en ik wil het milieu niet beschadigen. Die keuze werkt dus door in mijn voedingspatroon; ik ben vegetariër en daarmee sluit ik al heel veel producten uit. Maar de meerkeuzemaatschappij gaat zeker niet aan mij voorbij. Er zijn steeds meer levensmiddelen voor vegetariërs verkrijgbaar, dus ook ik heb het voor het kiezen. En toen ik zwanger werd, kreeg ik de keuze uit allerlei onderzoeken om te kunnen bepalen of de baby in orde is. Als je kiest om een bepaald onderzoek niet te doen, vraagt je omgeving of je niet onverantwoord bezig bent en moet je meteen argumenten bedenken. Je kunt in deze tijd niet eens meer onbezorgd zwanger zijn.”
Katrien Wever (32), inkoopster van De Bijenkorf: ‘Ik twijfel eigenlijk zelden’ “Om te voorkomen dat alle dertig inkopers totaal verschillende keuzes maken, met als gevolg een Bijenkorf die er niet uit ziet, wordt er elk halfjaar een stylingboek gemaakt met een drietal thema’s en de kleuren van het seizoen. Dat boek is weer geïnspireerd op de buitenlandse modetrends en op wat er gebeurt in de maatschappij. Ik ga dus niet totaal blanco inkopen, maar heb nog wel veel keuzevrijheid. Als ik bijvoorbeeld vind dat een bepaald merk het gevoel weliswaar overstijgt, maar ik het wel heel erg bij de Bijenkorf vindt passen, dan kan ik ervoor kiezen het toch op te nemen. Natuurlijk baseer ik mijn keuzes op concrete trends - ik lees alle bladen en ga elk seizoen naar Londen en Parijs - maar uiteindelijk laat ik mij vooral leiden door mijn gevoel. En ik twijfel eigenlijk zelden. Dat komt omdat ik een duidelijk beeld voor ogen heb als ik binnenstap bij leveranciers en merken. In mijn privéleven ben ik ook vrij daadkrachtig. Zeker als het over kleding of de inrichting van ons huis gaat, heb ik een duidelijke mening. Ik heb iets in mijn hoofd en ga het zoeken. Als ik het niet vind, wacht ik gewoon en kies ik niet voor iets anders. Ik moet wel zeggen dat ik de aanschaf van een stoel in die zin belangrijker vind dan van een afwasmachine. Dat ding moet gewoon functioneel zijn en het doen. Ik vaar in zo’n geval blind op de verkoper en laat de keuze dus eigenlijk aan anderen.”
Daphne Brinkhuis (33), partner bij een groot advocatenkantoor: ‘Snel en rationeel besluiten zit in mijn aard’ “Meer dan vroeger moet je als advocaat kiezen welk recht je wilt bedrijven. Op een groot, commercieel kantoor kun je niet alles doen, want het gaat om the right man for the right job - de kwaliteit moet hoog zijn. Ik heb nooit getwijfeld over mijn keuze voor bankrecht, want ik vond het direct leuk en ik bleek er goed in te zijn. Sowieso heb ik met kiezen weinig moeite; snel en rationeel besluiten zit in mijn aard. Als je een duidelijk beeld hebt over hoe iets moet zijn, dan maakt dat kiezen makkelijker. Dat geldt ook voor ons kantoor - we zijn hier heel zakelijk dus nemen we in onze bankgroep over het algemeen geen particuliere cliënten aan, onder meer omdat we daar te weinig mee verdienen maar ook omdat het vaak juridisch inhoudelijk minder interessant is - en voor mij persoonlijk; ik sta nooit voor dilemma’s in mijn werk en twijfel ik zelden over de kant die ik op moet. Ik zit veel in sollicitatiecommissies en vind dat ik sollicitanten niet aardig hoef te vinden, maar dat ze vooral inhoudelijk goed moeten zijn en sociaal vaardig. Ik heb mijn eigen vriendenkring, dus ik hoef met een kantoorgenoot niet perse goed te kunnen praten in het café. In winkels twijfel ik net zo min; ik selecteer meteen op bijvoorbeeld kleur, pak iets uit het rek, pas het en koop het. Zelfs mijn beslissing om kinderloos te blijven was geen zware keuze. Ik heb altijd al het gevoel gehad dat een kind gewoon niet in mijn leven past.”
Meer lezen over kiezen? Beslissen doe je zó van Jolet Plomp laat zien hoe je om kunt gaan met keuzes en welke psychologische processen daarbij meespelen. Voor twijfelaars, voor overhaaste beslissers en voor alle anderen die nieuwsgierig zijn naar de psychologie van het kiezen. Het gaat erom effectief te beslissen zonder onnodige keuzestress. ISBN 90 269 2868 8, ¤ 14,90
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|