ARTIKELEN
Het gevaar van Hyves
Anna, slachtoffer mensenhandel
Emoties op het werk
De bitch de baas
Dakloze vrouwen
Allochtonen in de advocatuur
Nieuwe vreemdelingenwet
Marc Jacobs
5 jaar deurwaarder nieuwe stijl
Vinexleed
Kennedy van der Laan
Lynndie & Charles
Neurofeedback
Moslim en lesbisch
Janis Joplin
Coaching van advocaat-stagiaires
Keuzestress
Tweede Tussenfasehuis
Rehab-de-luxe
SheSuit - vrouw in pak
Vrouwenvleugel
Onderwijsjuristen
Waarom zou je bij hem blijven?
Atelier Louis Vuitton
Breinfitness met neurofeedback
Nieuwe start na ontslag
De nieuwe stiefmoeder
Iedereen een coach
borstkanker
Geweld op het werk
ANNEMARIEVANGROEZEN JOURNALIST

Jong, vrouw en dakloos

In Nederland slapen ruim 4000 vrouwen in opvangcentra omdat ze dakloos zijn. De laatste jaren zijn dat steeds vaker jonge vrouwen. Na een tijdje te hebben gependeld tussen oma’s en vriendinnen, staan ze uiteindelijk toch op straat.

Linda (23) zit sinds een maand in de Roggeveen in Amsterdam, een opvangcentrum voor vrouwen, kinderen en gezinnen in nood. Ze heeft er voor het eerst weer een beetje rust en stabiliteit gevonden nadat ze drie jaar geleden vanwege een fikse huurschuld haar huis uit werd gezet. «Ik hoop vanuit hier een nieuw bestaan op te kunnen bouwen, samen met hem,» zegt ze, terwijl ze haar zeven maanden oude zoontje stevig tegen zich aan drukt. «En wie weet ooit ook met zijn vader erbij. We hebben net zes weken relatietherapie achter de rug, en misschien komt het ooit helemaal goed. Maar eerst wil ik een huisje voor mezelf.»
De ellende begon voor Linda ruim vijf jaar geleden, toen ze een jongen ontmoette op wie ze vreselijk verliefd werd. «Ik was helemaal van de wereld. Hij gaf me complimentjes, wilde met me trouwen. Hij gaf me zo’n goed gevoel dat ik niet door had dat hij luchtkastelen bouwde.» Linda deed op dat moment een opleiding tot ziekenverzorgster en woonde op kamers. Ze ging een dag per week naar school en werkte vier dagen. «Ik had dus een aardig salaris voor mijn leeftijd. Maar, behalve de kamerhuur en andere vaste kosten die automatisch werden afgeschreven, ging al het geld naar hem. Hij beheerde zelfs mijn bankpasje. Achteraf vind ik het zo ontzettend dom van me, dat ik het niet zag dat hij me voor de gek hield. Hij had een tijdelijke verblijfsvergunning en pakte me in met zielige verhalen over zijn moeder die overleden zou zijn, dat hij terug moest naar zijn eigen land en ik het geld daarvoor moest lenen. Ik heb mezelf diep in de schulden gestoken. En met mijn studie ging het zo bergafwaarts dat ik er mee moest stoppen en dus ook mijn inkomsten kwijtraakte.»
Linda liet het een jaar gebeuren, toen werden haar ogen geopend. Onder meer doordat haar tante zei dat ze helemaal niet het type meisje was om zich zo te laten behandelen. Linda’s vriend was een loverboy, bleek achteraf. Hij besteedde haar geld aan andere meisjes, die hij voor zich liet werken als prostituee. «Toen ik mijn pasje terugeiste, werd hij agressief. Ik heb meteen mijn relatie beëindigd, en toen hij mij bedreigde, heb ik gedreigd naar de politie te stappen. Ik wist dat zijn verblijfsvergunning binnenkort zou verlopen. Inmiddels heb ik vier jaar niets meer van hem gehoord, maar ik zit nog jaren met een grote geldschuld die ik moet afbetalen.»
Linda ging bij familie wonen toen ze uit huis werd gezet. Ze kreeg een stageplek in de zorg en leerde een man kennen met wie ze ging samenwonen. Ze huurden een woning in de particuliere sector met een huur die ze amper konden opbrengen. Uiteindelijk zegden ze het huis weer op toen Linda zwanger raakte. Ook de relatie ging uit. Linda kon opnieuw bij familie terecht, maar meldde zich toen ze zes weken zwanger was ook aan bij het maatschappelijk werk voor een plaats in de opvang. «Ik wilde graag een plekje voor mezelf. Bij mijn familie was het heel krap en had ik geen eigen kamer. Pas na een jaar kon ik terecht in het opvanghuis, toen mijn zoontje al geboren was. Dat is iets waar ik nog steeds verdrietig om ben, dat ik geen leuke zwangerschap heb gehad, niet eens een babykamer heb kunnen inrichten.»

Loslopend wild
In Nederland zijn zo’n 4000 vrouwen dakloos. Dat is inclusief de vrouwen die gevlucht zijn voor huiselijk geweld. Belangrijke redenen voor hun situatie zijn een grote huurschuld of een echtscheiding. Waarom er zoveel minder dakloze vrouwen zijn dan mannen (er zijn zo’n 21.000 mannen dak- of thuisloos) komt volgens Peter Rensen, wetenschappelijk medewerker van het Trimbos instituut, doordat vrouwen beter hebben geleerd voor zichzelf te zorgen en een groter verantwoordelijkheidsgevoel hebben. «Zeker als ze de zorg voor kinderen hebben. Mannen gaan er makkelijker zomaar vandoor.»
Vrouwen zijn over het algemeen ook beter in het onderhouden van een netwerk, wat maakt dat ze altijd wel ergens terecht kunnen. En als een netwerk ontbreekt, weten ze de weg naar de hulpverlening snel te vinden. «Dat is ook min of meer noodgedwongen,» aldus Rensen, «want die zogeheten buitenslaapsters zijn in feite loslopend wild. Wanneer een vrouw op straat terechtkomt, zal ze vrij snel te maken krijgen met seksuele intimidatie.» Rensen schat dat er hooguit 35 buitenslapende vrouwen zijn, tien procent van het totale aantal nachtzwervers, en dat tachtig procent van hen verslaafd is. «Buitenlopende vrouwen zijn er meer, veelal zijn dat drugsverslaafde prostituees. ’s Nachts slapen ze bij klanten of zogenoemde ontfermers – hoerenlopers die vrouwen voor een paar weken in huis nemen.»
Het aantal daklozen is volgens de officiële cijfers de laatste jaren vrij constant gebleven. Toch hebben opvanginstellingen het idee dat er zich steeds meer vrouwen aanmelden. Elly Bens is manager vrouwen- en gezinsopvang bij HVO-Querido en verbonden aan De Roggeveen. Ze krijgt honderd aanmeldingen per maand en heeft plek voor negentig volwassenen en 120 kinderen die er maximaal twee jaar kunnen blijven. «Dus reken maar uit hoeveel vrouwen we niet meteen kunnen helpen.»
Ook Stichting Meisjesstad, een opvangvoorziening voor vrouwen en kinderen die acuut dakloos zijn geraakt, moet steeds vaker nee verkopen. Sinds de verbouwing van het oude klooster waarin de stichting huist, midden op de Amsterdamse wallen, biedt het plek aan twaalf vrouwen en elf kinderen, die in principe maximaal acht weken onderdak en begeleiding krijgen. Maar het is niet voldoende om aan de vraag te kunnen voldoen. Manager Mariet Ferguson: «De groep die de laatste anderhalf jaar sterk is toegenomen, zijn jonge vrouwen tussen de 18 en 23 jaar die al een poosje ‘zwervend’ zijn tussen oma’s en vriendinnen, maar op een gegeven moment op straat staan. Een heel kwetsbare groep, zeker als ze ook kinderen hebben. Daarom is het belangrijk dat ze na acht weken een plek hebben om naar toe te gaan, zoals een begeleid-wonenproject of een opvanginstelling als De Roggeveen. Want op straat zetten doen we uiteraard niet. Maar we sturen ze ook niet graag terug naar de nare situatie waar ze vandaan komen.»

Multiproblematiek
«Of mensen als jij en ik ook aankloppen bij de dak- en thuislozenopvang? Tja, de scheidslijn is dun,» denkt Mariet Ferguson. «Ik heb het geluk dat ik vrienden en familie heb. Maar als je dat niet hebt meegekregen, wordt het een stuk lastiger.» En dan kun je na een echtscheiding zomaar op straat staan. «Stel het overkomt je, dan weet je altijd eerst nog wel andere wegen te bewandelen,» zegt Elly Bens van De Roggeveen. «Maar er zijn genoeg vrouwen die na van alles te hebben geprobeerd, uiteindelijk toch bij ons uitkomen. Vrouwen die dakloos raken, hebben namelijk nooit één probleem. Meestal gaat het om een opeenstapeling van problemen op het gebied van een sociaal netwerk, ontoereikende vaardigheden, of een verstandelijke beperking waardoor ze in zaken verwikkeld raken waar anderen niet in komen. De samenleving is ook een stuk ingewikkelder geworden. En vaak is er armoede, soms al generaties lang, en helpen agressieve leenreclames nog eens mee om geld uit te geven dat er helemaal niet is. Dan is een opvangorganisatie de enige uitweg.»
Melanie (20) is een goed voorbeeld van die zogeheten multiproblematiek. Negen maanden geleden besloot ze om weg te gaan bij haar vriend. «Van de een op de andere dag stond ik op straat. Ik koos er zelf voor, want het ging niet meer tussen ons, hij dronk te veel, gebruikte drugs, en tijdens een korte relatiebreak, zijn idee, vond ik hem met een ander in bed.» Melanie kon nergens naartoe. Ze heeft geen ouders op wie ze kan terugvallen. «Mijn vader, bij wie ik woonde voordat ik drie jaar geleden bij mijn vriend introk, was nooit echt een vader voor me. In zijn huis was altijd drugs aanwezig, hij bood het mij zelfs aan! En mijn moeder woont samen met haar nieuwe vriend in Amsterdam, die heeft een eigen leven. Bovendien ben ik als kind seksueel misbruikt. In Amsterdam, waar ik vandaan kom, zou ik weer met dat verleden geconfronteerd worden.» En sinds ze in Arnhem woont, heeft ze zichzelf een beetje verwaarloosd en domme dingen gedaan, geeft ze toe. «Ik heb bijvoorbeeld een creditcard aangeschaft en veel schulden gemaakt. Dat soort dingen gebeuren denk ik, als je jong bent en je ouders je niet steunen.»
Melanie had geen inkomen toen ze op straat kwam te staan – ze werkte op dat moment niet, ondanks een afgeronde opleiding mode en commercie, en omdat ze officieel nog als thuiswonend stond ingeschreven, kreeg ze een uitkering van 207 euro per maand. Ze had twee mogelijkheden: zwerven of zich aanmelden bij de daklozenopvang. Op straat leven leek haar niets, dus meldde ze zich meteen na haar vertrek bij de crisisopvang. Ruim negen maanden later verblijft ze in de vervolgopvang. «Ik heb er mijn eigen kamer, dat wel, maar die is echt heel klein. Soms komen de muren op me af.»

Tweede kans
Voorlopig zal Melanie nog niet op zichzelf wonen. Eerst gaat ze in therapie en dat zal zeker een jaar gaan duren. «Ik moet twintig jaar verwerken. De ruzies van mijn ouders, seksueel misbruik, mijn eerste vriend, die me mishandelde, daarna mijn laatste vriend... Ik ben vernederd en vertrapt. Er is zoveel gebeurd waar ik geen grip op had, en ik heb totaal geen tijd gehad om me te realiseren wat er aan de hand is. Nu pas kom ik er achter dat er veel niet klopte. Gelukkig ben ik nog jong, en kan ik proberen mezelf hier uit te halen, want ik wil niets liever dan me lekker voelen, van dingen als seks kunnen genieten, ooit een gezin hebben. Ik ben blij dat ik de stap heb genomen, en zo sterk blijk. Maar vaak zie ik het ook helemaal niet zitten en heb ik ’s ochtends geen zin om op te staan.»
Wat Melanie dwingt om toch uit haar bed te komen, is Mode met een Missie, een project met een tweeledig doel: een nieuw modemerk lanceren, én dak- en thuisloze vrouwen een zinvolle dagbesteding bieden. Dat laatste staat, sinds de lancering van de succesvolle straatkranten tien jaar geleden, opnieuw in de belangstelling nu recente onderzoeksprojecten van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn en het Verweij-Jonker Instituut het nut ervan hebben onderstreept. Een zinvolle dagbesteding gaat verveling tegen, geeft zelfvertrouwen, en zorgt voor een voldaan gevoel aan het eind van de dag, luidden de conclusies. Elly Bens van De Roggeveen beaamt dat het zo werkt: «Een daginvulling is erg belangrijk om te voorkomen dat vrouwen apathisch worden, en we willen ons daar de komende jaren zeker meer op gaan richten. Tot op heden is het gebleven bij activiteiten als salsa-, computer en naailes.»
Het project Mode met een Missie is wat dat betreft een schot in de roos. Het initiatief startte een jaar geleden in Nijmegen. «Juist omdat er in opvangcentra zo weinig aansprekende activiteiten zijn,» vertelt Jacqueline van Lent, een van de bedenksters. «En we weten allemaal dat je een goed gevoel krijgt, en zelfvertrouwen als je iets creëert.» Samen met haar zakenpartner Rietje Complet benaderde ze mode-illustrator Piet Paris, die hen in contact bracht met jonge, net afgestudeerde ontwerpers van de academie in Arnhem. Jacqueline: «We wilden hoogwaardige designmode met een rafelig randje. Ons motto is: iedereen verdient een tweede kans, en daarom zit er in elk kledingstuk een detail van tweedehands materiaal. We willen zeker geen fairtrade-idee neerzetten. Het zijn ontwerpen die je koopt omdat ze mooi zijn, en niet omdat deze vrouwen zielig zijn.»
In het atelier in Nijmegen werken inmiddels rond de dertig vrouwen. Begin december ging het atelier in Arnhem van start. Daar is Melanie een van de jonge vrouwen achter de naaimachines. Ze is blij dat ze die kans heeft gekregen. «Soms is het zwaar om hier naartoe te komen, maar als ik er eenmaal ben, ben ik blij dat ik het gedaan heb. Al gaat er ook als ik eenmaal aan het werk ben heel veel door me heen, en heb ik totaal nog geen innerlijke rust, ik weet dankzij dit project wel wat ik met mijn toekomst wil: zo gauw ik mijn leven op orde heb, ga ik naar de modeacademie.»

De namen van Melanie en Linda zijn om privacyredenen gefingeerd.