|
|
ANNEMARIEVANGROEZEN JOURNALIST
|
|
|
|
De eerste stap na de bak
Eind januari opende het tweede tussenfasehuis officieel de deuren. Na jaren lobbyen heeft Amsterdam eindelijk nog een plek waar ex-gedetineerde vrouwen onderdak kunnen krijgen als ze geen huis meer hebben. “Het is het enige project in Nederland waar deze vrouwen – met of zonder kinderen – terecht kunnen , en we hebben absoluut bewezen dat we nodig zijn.”
Els heeft het knus gemaakt in haar kamer. De keramische beeldjes heeft ze beneden uit de huiskamer gehaald en er staan vaasjes met kunstrozen. Handdoeken doen dienst als tafelkleedjes en op de kast en de schouw wemelt het van de opgeplakte, blauwe vlinders. “Geknipt uit servetjes, tijdens een blowtje ’s avonds. Ik vind ze wel leuk. En ik zit hier maar de hele dag te zitten, dus je moet er wat van maken hè?” Els (54) is een van de eerste bewoonsters van het tweede pand van de Stichting Tussenfasehuis. De stichting biedt al ruim negentien jaar onderdak aan vrouwen die uit de gevangenis komen en geen plek hebben om naar toe te gaan. Omdat ze niet terug kunnen naar waar ze vandaan komen, of omdat ze niets meer hebben. Een maand voordat Els vrij zou komen, vroeg haar reclasseringswerker of ze ergens naar toe kon. Maar voor Els was teruggaan naar haar vroegere woonplaats Tilburg geen optie. “Ik heb een jaar gezeten voor cocaïnesmokkel. Ik had het al vier keer eerder met succes gedaan, maar de vijfde keer ging het dus mis. Verlinkt door m’n ex. Ze stonden me op Schiphol op te wachten. De organisatie waar ik voor werkte is door mijn arrestatie de dope kwijtgeraakt en een flinke smak geld misgelopen. Als ik terugga naar Tilburg ben ik bang dat ze me komen opzoeken.” Razendsnel werd er voor Els een intakegesprek geregeld en een plek in het tussenfasehuis gereserveerd. “Het was voor het eerst dat anderen iets voor mij regelden. Ik vond dat doodeng. Ik heb m’n hele leven lang mijn eigen boontjes moeten doppen en ben keihard voor mezelf. Maar nu had ik geen keus. Ik had niets meer. Alleen de zomerkleren van mijn laatste trip naar Curaçao. Mijn huis in Tilburg was helemaal ontruimd, omdat daar ook vier kilo coke was gevonden.”
Er kunnen allerlei redenen zijn dat vrouwen genoodzaakt zijn een beroep op het tussenfasehuis te doen. Hun huur is opgezegd toen ze vast kwamen te zitten, hun familie wil hen niet meer zien, of ze willen het vertrouwde drugscircuit vermijden uit angst dat ze terugvallen. Ook een voorgeschiedenis van incest, mishandeling of prostitutie is geen uitzondering. Het tussenfasehuis is het enige project in Nederland waar deze vrouwen terechtkunnen. De zeven kamers van het eerste statige pand aan de Amsterdamse Sarphatistraat hebben tot op heden dan ook nooit leeggestaan. Midden jaren negentig begon de wachtlijst zelfs onrustbarende vormen aan te nemen. Door nieuwe regelingen voor weekendverlof en dagdetentie steeg het aantal verzoeken aanzienlijk, en uitbreiding van de celcapaciteit voor vrouwen eind negentiger jaren verergerde het probleem nog eens. Steeds meer vrouwen moesten worden teleurgesteld. Ondanks dit nijpende tekort aan opvangplaatsen kwam het tweede huis er niet zomaar. De lobby begon in 1997. Fondsen werden aangeschreven, onderhandelingen gevoerd met gemeente, reclassering en het ministerie van Justitie. “En er moest een pand gezocht worden dat voldeed aan onze eisen; het mocht niet te ver van de Sarphatistraat liggen, geschikt zijn als groepswoning, maar ook de nodige privacy bieden aan de vrouwen. Waar konden we zo’n pand vinden? De Stedelijke Woningdienst en woningbouwverenigingen hadden eindeloze wachtlijsten. We schreven makelaars aan, maar het leverde niets op. We werden zelfs zo wanhopig dat we genoegen wilden nemen met een flat in de Bijlmer,” vertelt An Evers, medeoprichtster van de stichting, inmiddels gepensioneerd coördinator van het eerste uur en op dit moment als bestuurslid nog steeds betrokken. “Toen vertelde ik een kennis over onze lang gekoesterde droom en prompt kreeg ik de naam van een makelaar die af en toe projecten doet voor een goed doel. In november 2000 kocht hij het huis aan de Amstel en bood het de stichting te huur aan.” De verbouwing heeft zeker negen maanden geduurd. Het oude huis bleef voor verrassingen zorgen, maar het doel was duidelijk: dezelfde gezellige, huiselijke sfeer creëren als het pand aan de Sarphatistraat.
Met Corrie, de eerste bewoonster die begin oktober haar entree maakte, hadden ze wat dat betreft pech. “We wisten dat ze drugsverslaafd was geweest, maar we gaven haar het voordeel van de twijfel dat ze niet zou terugvallen,” vertelt coördinator Nora Brewster. “Drugsgebruik kunnen we hier niet hebben. Els mag ’s avonds haar jointje roken, zolang niemand er last van heeft. Maar verslaafde vrouwen moeten hulp zoeken bij het afkicken en urinecontroles doen. Corrie hield zich niet aan de regels, en de situatie werd onhoudbaar. Ik ontdekte dat ze ook in huis gebruikte. Ongelooflijk hoe iemand binnen 36 uur zo totaal kan veranderen. Ze werd een heel ander mens, zelfs uiterlijk was ze nauwelijks herkenbaar. Ze wist niet meer wat ze deed. Toen ik de woonkamer in kwam, trof ik een omgevallen koffiekan aan en een grote plas koffie. Alle spullen dreven erin. Corrie was helemaal van de wereld. Nu was het koffie, straks zou het misgaan als ze een ei stond te bakken. Dat risico kun je niet nemen, je hebt ook te maken met de veiligheid van de andere vrouwen. Ik heb haar gezegd dat ze haar spullen kon pakken en om drie uur die middag het huis uit moest zijn. Ze vroeg of ze nog een kans kon krijgen, maar ik moest bikkelhard zijn. Gelukkig komen die dingen niet vaak voor.” Els moet vaak aan Corrie denken. Ze kenden elkaar vanuit de gevangenis. “Ik zag haar onlangs nog. Ze zag er niet uit, had net vijf nachten op het centraal station geslapen. Waar ze nu uithangt mag Joost weten. Ergens begrijp ik wel dat ze is teruggevallen. Tussenfasehuis of niet, als je uit de bajes komt overvalt de eenzaamheid je. Corrie kwam uit Amsterdam, ze had hier haar kringetje en dat zocht ze meteen weer op. Daar haalde ze de gezelligheid.”
Eenzaamheid is nooit een excuus om weer de fout in te gaan, vindt men in het tussenfasehuis. Er zijn voorbeelden genoeg van vrouwen die het wel gered hebben. Tachtig procent van de bewoonsters slaagt erin een nieuw leven op te bouwen en te breken met het verleden. Nora: “Een vrouw die net als Corrie een verslavingsprobleem had, sprak met zichzelf af niet met de metro te reizen. Ze wist dat ze daar haar ex-collegagebruikers zou tegenkomen. Ze liep liever om, dan de confrontatie met hen aan te gaan. Dat vind ik heel sterk. Als een vrouw het even niet ziet zitten, kan ze ook bij een van de medebewoonsters aankloppen. Of bij ons. Mijn collega en ik zijn 24 uur per dag bereikbaar. Het is maar waar je voor kiest.” Els koos bewust voor een nieuwe start, maar dat neemt niet weg dat de eenzaamheid ook haar elke dag weer zwaar valt. Overdag is ze vaak alleen. De andere bewoonsters werken. Els: “Alleen in het weekend is het echt gezellig, als een van de vrouwen met weekendverlof er is, en de kinderen van een andere medebewoonster hier komen. Dan geniet ik. De medewerksters zijn oké hoor, maar ik mis de meiden in de bajes. Ik was een soort moeder voor ze, ze vertrouwden me. Er is nog steeds contact. Als ze verlof hebben, bellen ze me op om iets af te spreken. Die band is zo sterk, die krijg ik niet met de vrouwen hier. Op de dag van mijn vrijlating zei ik: ‘Als het me niet bevalt in het tussenfasehuis maak ik er een eind aan’. Daar schrokken ze van. De pater uit de gevangenis belt me nog steeds, maar weet je, ik wil andere mensen niet met mijn problemen opzadelen. Ik denk wel eens: als ik nog een teleurstelling te verwerken krijg, kap ik er radicaal mee. Maar aan de andere kant: ik heb al zo veel meegemaakt in mijn leven. Op de een of andere manier kom ik er altijd weer bovenop.” Een baan staat hoog op het verlanglijstje van Els. “Ik wil een doel hebben om voor uit bed te komen. En geld verdienen natuurlijk, om nieuwe kleren te kopen. Ik loop nu in afdankertjes van anderen. Het voorschot van de Sociale Dienst komt niet snel, dus het is even op een houtje bijten. Een retourtje Curaçao verdient tienduizend piek, maar ik heb nog twee jaar voorwaardelijk boven mijn hoofd hangen dus ik probeer er echt uit te blijven. Eigenlijk deed ik dat werk destijds alleen maar voor mijn doodzieke en zwaar verslaafde schoonzus. Ik wilde voorkomen dat ze zelf weer de straat op moest om haar dope bij elkaar te tippelen. Ik verzorgde haar, wilde haar laatste levensjaren nog een beetje aangenaam maken. Ze stierf toen ik vast zat. Dat was zo’n ongelooflijke klap voor me. Ik heb mijn belofte aan haar niet eens kunnen waarmaken: dat ik haar zou aankleden voordat ze werd opgebaard. Dat knaagt nog dagelijks aan me.”
De meeste bewoonsters worstelen nog met hun verleden. Dat maakt vooruitkijken niet makkelijk, maar toch is dat belangrijk. Nora: “Vanaf hier moeten ze weer een stap voorwaarts maken, en dat gaat gepaard met grote en kleine zorgen. De strijd met verzekeringsmaatschappijen, of de uitzichtloosheid van een enorme schuldenlast. Maar ook: sleutels kwijtraken, en consequent vergeten het licht uit te doen. Het is aan de orde van de dag, want daar hebben ze zo lang niet aan hoeven denken. En de een pakt de draad van het leven buiten veel sneller op dan de ander. Dat kan met de persoon zelf te maken hebben, met hoe lang ze hebben gezeten of wáár ze hebben gezeten. In een open of halfopen inrichting hebben ze al kunnen deelnemen aan het gewone leven. Vrouwen uit een gesloten gevangenis moeten bij wijze van spreken weer wennen aan het dragen van schoenen. We hebben hier iemand gehad die jaren op sportslippers had gelopen. Toen ze voor het eerst naar buiten ging, trok ze haar schoenen aan zonder pantykousjes. De blaren hingen er bij na een halve dag.” Niets moet in het tussenfasehuis. De vrouwen bepalen zelf de mate van hulp en worden niet tot van alles gedwongen. Ze worden wel gestimuleerd om aan hun toekomst te werken. Een van de eerste dingen die ze moeten regelen is de inschrijving bij de burgerlijke stand. Dan, als de vrouwen nog geen werk hebben, de inschrijving bij het arbeidsbureau en een afspraak maken bij de sociale dienst. Verder wordt er verwacht dat ze in het huis zelfstandig hun leven leiden en zelf beslissingen nemen. De vrouwen krijgen in principe een huurcontract voor een half jaar – voor 163 euro per maand – maar verlenging met nog een half jaar is vaak nodig. Nora: “Het is momenteel weer een ramp om binnen één jaar aan huisvesting te komen. Zeker voor vrouwen die geen woonverleden in Amsterdam hebben. ‘Iedereen kan wel naar Amsterdam komen’, zegt de Stedelijke Woningdienst dan. En je zet iemand er niet uit als ze geen huis heeft. Gelukkig zien we de laatste jaren wel een trend dat de vrouwen snel werk vinden als ze buiten komen. De meesten hebben in de gevangenis een opleiding gevolgd, stage gelopen en krijgen een contract aangeboden zo gauw ze vrij komen. Zowel bij gemeenten als particuliere bedrijven zien we dat men steeds meer bereid is om ex-gedetineerden die tweede kans te geven. Vroeger was dat wel anders.” De reclassering gaat ook Els helpen met het zoeken naar een baan. Ze wil het liefst iets met daklozen of verslaafden, maar schoonmaakwerk is ook prima. En hopelijk komt dat huisje dan ook snel. “Ik wil heel graag een eigen plekje. Voor mijn part in de Bijlmer. Ik heb altijd in volksbuurten gewoond, tussen junks, kampers en zigeuners. Waar de kratten bier voor de deur staan en af en toe een knokpartij is. Daar is het gezellig en daar hoor ik thuis. Ach, ik red het wel hoor.”
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|