|
|
ANNEMARIEVANGROEZEN JOURNALIST
|
|
|
|
HOME PUBLICATIES WIE CONTACT
Is leuk na twaalf jaar nog leuk genoeg?
Bij de top 20 van Nederlandse advocatenkantoren komt geld op de eerste plaats. Maar bij het Amsterdamse lifestylekantoor Kennedy van der Laan staat ‘leuk’ hoger in het vaandel en nemen de partners genoegen met minder winst. Portret van een vreemde eend in de bijt van topkantoren.
De entree op de eerste verdieping van de rode blokkendoos aan de Amsterdamse Haarlemmerweg is strak en leeg. Glanzend bamboeparket, grasgroen tapijt, en een kanariegele balie met overkapping - door de medewerkers lacherig ‘de stacaravan’ genoemd. Het zou zomaar een hip reclamebureau of dotcombedrijf kunnen zijn. Niet een plek waar taaie bedrijfsfusies worden afgehandeld en afkoopsommen in ontslagzaken worden voorgesteld. Kennedy van der Laan, de bewoner van het pand, is dan ook geen doorsnee advocatenkantoor. Initiatiefnemer Eberhard van der Laan wilde het twaalf jaar geleden, samen met een paar gelijkgestemden, anders aanpakken dan de grote kantoren. ‘We wilden the best of both worlds: de omvangrijke, interessante zaken van de grote kantoren en de informele sfeer van de kleine.’ Het ideale kantoor moest een kantoor worden waar het niet in de eerste plaats zou gaan om hoeveel geld er aan het eind van het jaar was verdiend, maar waar kwaliteit voorop stond en het ook leuk moest zijn met elkaar. Waar hiërarchie nagenoeg zou ontbreken en de balans tussen werk en privé al was uitgevonden, jaren voordat het een hype werd. En waar een commerciële rechtspraktijk moeiteloos gecombineerd kon worden met een sociale. Want het hart van Van der Laan, die een jaar later zijn advocatenpraktijk ging combineren met het PvdA-fractievoorzitterschap voor de gemeente Amsterdam, klopte links. Hij werkte de vier kernwoorden ‘goed’, ‘commercieel’, ‘leuk’ en ‘niet asociaal’ op twee A’viertjes uit tot een heuse grondwet en het concept bleek zo goed te werken dat het kantoortje van elf mensen vrij snel begon te groeien. Tien jaar lang met 25 procent en vijf jaar achtereen was Kennedy van der Laan een van de snelst groeiende kantoren van Nederland. Op dit moment werken er zo’n 179 mensen, waaronder 89 advocaten en drie notarissen. Anderhalf jaar geleden moesten ze door ruimtegebrek het monumentale pand aan de Keizersgracht verruilen voor de Haarlemmerweg. Daar hangen, als knipoog naar de mensen met heimwee, in de maatschapskamer transparante doeken langs de wand en ramen, bedrukt met foto’s van het oude uitzicht op de gracht. Op 1 april bestaat Kennedy van der Laan twaalf jaar. Maar hoe leuk is het er nog, sinds ze van klein idealistisch kantoor zijn doorgestoten naar de top-twintig van grootste kantoren in Nederland?
De commerciële advocatuur is een moneydriven branche. ‘Omzet maken, is wat telt’, zegt Katinka Habermehl van Converge Capital Solutions in Hoofddorp, onder meer gespecialiseerd in loopbaanbegeleiding voor de advocatuur. ‘Op de meeste grote kantoren heerst een toenemende druk om de targets te halen. Dat komt voor een deel door de vele fusies met Angelsaksische kantoren, waar hoge omzeteisen gelden, maar het hoort ook bij de prestatiegerichte cultuur van de beroepsgroep.’ Dat juist een kantoor als Kennedy van der Laan in relatief korte tijd enorm is gegroeid, kan Habermehl goed begrijpen. ‘Veel eind twintigers en dertigers kiezen tegenwoordig voor een werkplek waar de balans tussen werk en privé belangrijk wordt geacht.’ Hilde Leemreize (31) is zo iemand. Voordat ze ruim tweeënhalf jaar geleden advocaat-medewerker werd bij de sectie bouwrecht, werkte ze vier jaar bij een van de grootste internationale kantoren van Nederland. ‘Daar was minder ruimte voor eigen verantwoordelijkheid, of om zelf zaken op te pakken. De werkdruk was er bovendien veel hoger. Advocaten van mijn leeftijd moeten op grote kantoren minimaal 1500 billable uren maken. Weekends doorwerken en dan toch je vakantiedagen niet opkrijgen, was er heel normaal. Dan houd je weinig tijd en energie over voor andere dingen. Hier geldt een urennorm van 1200. Dat is een verschil van zeker drie maanden werk per jaar. Aan die norm kun je makkelijk voldoen, ook wanneer je je daarnaast binnen je werk op andere manieren ontplooit - ik publiceer nu bijvoorbeeld regelmatig artikelen - én een privéleven wilt overhouden.’
Voorlopig is Kennedy van der Laan als ‘lifestylekantoor’ nog vrij uniek binnen de top-twintig van grote kantoren. ‘Met de huidige economie is er ook geen noodzaak om zich aan te passen aan de wens van werknemers,’ zegt Katinka Habermehl, ‘maar je ziet wel dat ze zich langzaam gaan realiseren dat een cultuuromslag misschien gewenst is. Een goed loopbaanbeleid en een plezierige werkomgeving leiden immers tot een lager ziekteverzuim en een grotere tevredenheid bij de advocaten. Met als gevolg: betrokkenheid,enthousiasme, drive en meer continuiteit.’ Maar aan een dergelijk beleid hangt wel een prijskaartje. Bij Kennedy van der Laan is de winst 25 tot 30 procent lager dan bij andere grote kantoren. Waarom ze daar genoegen meenemen? ‘Omdat we vinden dat we er iets voor terugkrijgen dat minstens zoveel waard is: kwaliteit en een prettige werkomgeving’, antwoordt Eberhard van der Laan. ‘We hebben meer tijd om ons vakinhoudelijk te ontwikkelen, om minder lucratieve maar leuke zaken te doen en we jagen elkaar ook niet op. Zolang we dat weten te bereiken, kiezen we bewust voor minder winst.’ Toch ging er een paar jaar geleden het gerucht dat er bij Kennedy van der Laan ineens opvallend op het halen van de targets werd gehamerd. En dat er mensen waren die dat niet leuk vonden en bij wie er echt een knop om moest. ‘Het klopt dat we een jaar of drie geleden, toen de markt voor de advocatuur verslechterde, het commerciële aspect extra benadrukten’, zegt Van der Laan. ‘Dat was tot die tijd niet onze sterkste kant. Maar omdat we zo gegroeid waren, moest er wel aandacht voor komen; professionaliseren is alle doelstellingen realiseren en bewaken. En als je doelstellingen hebt die elkaar bijten, dan krijgt er om de paar jaar een meer aandacht dan de andere. Op die manier houden we het hopelijk én commercieel succesvol én leuk.’ Natuurlijk zijn er mensen weggegaan omdat ze vonden dat het kantoor te groot was geworden, geeft Van der Laan toe. ‘Maar er zijn ook wel eens mensen vertrokken omdat ze het niet commercieel genoeg vonden.’ Volgens kantoordirecteur en lid van het dagelijks bestuur Peter Brandjes is het goed ‘om de boel af en toe even op te schudden’. ‘Leuk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is meer dan alleen je hand ophouden, je moet het ook zelf vormgeven, want het gaat niet meer vanzelf zoals in het begin. Wil je de werkomgeving plezierig houden, dan moet je waken voor vrijblijvendheid en consumentengedrag. Als mensen van alles gaan claimen omdat ze vinden er recht op te hebben, geeft dat irritaties. Roddel en achterklap gaan we bewust tegen door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar erop aan te spreken. Dat doen we nu meer dan voorheen.’ Het is misschien allemaal wat minder vanzelfsprekend geworden, maar, ja, Eberhard van Laan durft zijn kantoor nog altijd idealistisch te noemen. ‘Ik denk zeker dat wij verantwoord ondernemerschap bedrijven: er worden hier heel wat mensen pro deo geholpen. Er zijn veel kleine kantoren die dat ook doen, we kloppen onszelf daar dus niet voor op de borst, maar onze keuze wijkt wel wat af van de rest van de grote kantoren ja.’ Het is, naast de schappelijke urennorm, ook dit niet-asociale aspect van het werk dat het kantoor aantrekkelijk maakt voor veel dertigers. Voormalig FNV-jurist Chris Nekeman (31) koos, toen hij na een korte periode op een klein kantoor te hebben gewerkt zijn vleugels wilde uitslaan, bewust voor Kennedy van der Laan. ‘Het gaat hier niet alleen om het binnenhalen van grote, dik betalende klanten. De sectie arbeidsrecht, waar ik werk, heeft zich er onlangs duidelijk over uitgesproken ook de belangen van werknemers te blijven behartigen. Ik vind dat belangrijk. Een dergelijke keuze heeft als consequentie dat we toevoegingszaken aannemen, of soms lagere tarieven hanteren. Daar is ruimte voor. Niemand zal mij op de vingers tikken als ik in zo’n zaak maar honderd euro per uur reken.’
Een lage urennorm, dertig vakantiedagen per jaar, inhoudelijk interessant werk en het gevoel verantwoord bezig te zijn. De Kennedy’s moeten wel fluitend naar hun werk gaan. Hebben ze dan helemaal geen last van de moordende concurrentiestrijd, zoals Katinka Habermehl het noemt, is in de advocatuur? Habermehl: ‘Cliënten stellen hoge eisen. Opdrachtgevers nodigen soms wel drie of vier kantoren uit voor een zogeheten ‘beautycontest’, een presentatie, en vragen om een offerte. Op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding maakt de opdrachtgever zijn keuze. Dat zet veel druk op de ketel. Dat kun je niet volhouden als je, bij wijze van spreken, van negen tot vijf werkt.’ Hilde Leemreize kan niet ontkennen dat ook bij dit kantoor de advocatuur een zwaar vak is. ‘De verwachtingen van je cliënt zijn hoog. Terecht, want je diensten zijn duur. Je hebt harde deadlines, werkt onder constante tijdsdruk. En naarmate je ervarener wordt, neemt de verantwoordelijkheid voor je eigen accounts toe.’ Ook hier maakt Leemreize de nodige uurtjes. ‘Ik ga zelden voor zeven uur naar huis - ik kom ook nooit voor half tien ’s ochtends binnen, hoor – en gemiddeld maak ik zo’n negen tot tien uur per dag. Maar ik zit zelden in het weekend op kantoor.’ Sterker nog, als er structureel op zondag wordt gewerkt, wordt daar vanaf partnerniveau wat van gezegd, vult Chris Nekeman zijn collega aan. ‘Want dat is écht niet de bedoeling. Als ik dit aan vrienden vertel die op andere grote kantoren werken, kijken ze me heel vreemd aan.’
Natuurlijk zijn er bij Kennedy van der Laan ook mensen die tweeduizend uur maken. ‘Maar die worden eerlijk gezegd wel een beetje voor gek verklaard’, zegt Hilde Leemreize. ‘Er is hier geen noodzaak om boven de norm te presteren als je hogerop wilt komen. Het uitgangspunt is dat iedere stagiaire in principe geschikt is om door te groeien tot partner en daar is ook ruimte voor.’ Ook de vele parttimers – nog niet zo gebruikelijk in de advocatuur, maar bij Kennedy van der Laan is zelfs drie dagen bespreekbaar – komen in aanmerking. ‘Er is dus geen reden om zaken van elkaar af te snoepen. Iedereen gunt de ander zijn werk’, zegt Chris Nekeman. Die zogenoemde open maatschap is vorig jaar wel een beetje gerelativeerd. Eberhard van der Laan: ‘Toen er meer aandacht kwam voor het economische, hebben we, niet zonder stevige discussie vooraf overigens, een financieringssysteem ontwikkeld dat de rentabiliteit van de verschillende secties aangeeft. We vinden nu namelijk wel dat er echt financieel ruimte moet zijn voor een nieuwe partner.’ De huidige maatschap bestaat uit 23 partners, vooral veertigers.‘Een kantoorfossiel hebben we hier niet’, lacht Hilde Leemreize. Vijf ervan zijn vrouw. Dat klinkt mager, maar procentueel gezien is dat hoog in vergelijking met andere grote kantoren. De omgang tussen partners, medewerkers en secretaresses is informeel vergeleken met andere grote kantoren. Hilde Leemreize herinnert zich nog hoe verbaasd ze in het begin was over de persoonlijke benadering. ‘Iedereen kende meteen mijn naam en ik werd direct serieus genomen De partner voor wie ik hier werk, legt regelmatig zijn eigen zaken aan me voor, is geïnteresseerd in mijn mening daarover.’ Volgens Katinka Habermehl heeft afwezigheid van hiërarchie weinig met leeftijd te maken. ‘Ook bij andere kantoren is een behoorlijke verjongingsslag aan de gang in de maatschappen, het zijn niet meer vooral vijftigers. De meeste partners ervaren de hiërarchie niet, maar iemand van 25 kijkt wel vaak op tegen een partner van veertig en vindt het niet makkelijk om zich kwetsbaar op te stellen.’ Wat is dan het geheim van de leuke sfeer? Chris Nekeman en Hilde Leemreize denken dat het de verscheidenheid van mensen is. Nekeman: ‘Er heerst hier geen bralcultuur.’ Leemreize: ‘Kennedy Van der Laan is niet de archetypische club strakke pakken waar iedereen golft, skiet en een corporale achtergrond heeft. Een echte dresscode ontbreekt zelfs. Ik trek voor besprekingen ook wel eens zo’n powerpak aan – niks mis met een krijtstreep af en toe – maar niemand kijkt vreemd op als je met een spijkerbroek of op gympies binnenkomt.’ Volgens Peter Brandjes is het een groot voordeel geweest dat ze in 1992 een eigen blauwdruk hebben kunnen maken. ‘We hebben hier geen last van vastgeroeste tradities.’
In het pand aan de Haarlemmerweg is nog genoeg ruimte voor verdere groei. Maar afgelopen jaar is Kennedy van der Laan voor het eerst niet gegroeid. Begin maart moet Eberhard van der Laan tijdens de presentatie van De Stand van de Advocatuur 2004 (de jaarlijkse analyse van de branche in rapportvorm) de prijs voor grootste groeier afstaan aan een ander kantoor. Ze zijn er niet rouwig om. Peter Brandjes: ‘We hebben een punt van consolidatie bereikt en daar zijn we eigenlijk heel gelukkig mee. We zijn wel erg hard gegroeid. Wat kwaliteit en opleiding betreft, was dat moeilijk bij te benen. Er zijn geen drama’s voorgevallen of mensen buiten de boot gevallen, maar het is nu weer even tijd voor verdere professionalisering en achterstallig onderhoud. Want het is hier een breed gedragen basiswaarde dat mensen eerst kwaliteit willen en dan pas in hun portemonnee kijken.’
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|