 |
|  | |  | | Anna, slachtoffer mensenhandel |  |  |
|  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  | |  |
|
|
|
|
|
|
|
 |
Anna werd slachtoffer van vrouwenhandel 'Ik kwam als au pair'
Nederland telt naar schatting ongeveer 3500 slachtoffers van mensenhandel. Het grootste deel komt uit Oost-Europa. Anna kwam negen jaar geleden als 22-jarige rechtenstudente en jonge, alleenstaande moeder uit Letland naar Nederland en hoopte snel wat geld te verdienen als au pair. Maar in plaats daarvan werd ze gedwongen als prostituee te werken. Deze maand verschijnt haar boek Valse belofte, waarin ze haar schokkende verhaal vertelt. r je tekst in
|
|
|
|
|
|
Het is inmiddels meer dan negen jaar geleden, maar Anna (32) zal nooit vergeten hoe ze na een vermoeiende, dertig uur durende busreis vanuit Riga, midden in de nacht op een kil en donker centraal station in Rotterdam stond. Samen met haar beste vriendin en nog een vrouw uit Letland. En alledrie in de veronderstelling dat ze de volgende dag als au pair ergens aan de slag konden. Maar het liep anders. In plaats van een aardig gastgezin, kregen de jonge vrouwen een seksclub als werkterrein. Onder bedreiging van een pistool en een zeer recente foto van haar tweejarige zoontje Eddy kon Anna niets anders dan doen wat er van haar werd gevraagd.
‘Naast de bar zag ik een podium met een paal erop, luie stoelen en tafeltjes ervoor en achter de bar werd op een groot scherm een seksfilm vertoond. Op welke set was ik terechtgekomen? In welke film zat ik? Het leek alsof ik mezelf van een afstand zag staan. Ruud sprak met de barkeepster die ons van top tot teen opnam. Ze wenkte naar een vrouw die als tolk moest optreden. De vrouw sprak Russisch en Nederlands en legde uit dat Ruud nu vertrok en dat we, als het werk erop zat, met een taxi naar huis zouden worden gebracht. Ruud gaf mij een briefje waarop het adres van ons appartement stond. Hij groette ons, gaf een knipoog, stak zijn hand op naar de barkeepster en ging weg.’
Een citaat uit Valse belofte, het boek waarin Anna Ziverte - een pseudoniem - haar schokkende verhaal vertelt. Over hoe ze slachtoffer werd van vrouwenhandel en gedwongen werd om als prostituee te werken. Over hoe ze drie maanden later weer verkocht werd en verliefd werd op haar nieuwe eigenaar, die haar voor zichzelf hield maar door wie ze wel in een wereld van wapens en drugs terechtkwam. En hoe, toen ze na een maand niets meer met hem en dat criminele circuit te maken wilde hebben, de ellende pas echt begon op het moment dat ze bij de politie terechtkwam om een paspoort te regelen voor haar terugkeer naar Letland. «Ik wilde alleen maar mijn verhaal vertellen, maar achteraf bleek dat ze het als aangifte hadden opgenomen,» vertelt Anna. «Dat heb ik nooit gewild en daar was ik ook helemaal niet toe verplicht, hoorde ik later. Maar ze wilden zo graag die criminele bende pakken - in het feit dat ik verhandeld was, waren ze niet eens geïnteresseerd. Die aangifte heeft mijn leven voorgoed veranderd.» Anna is nooit meer teruggegaan naar haar geboorteland. De politie liet haar niet gaan omdat ze een belangrijke getuige was. Ten tijde van het proces werd ze in een blijf-van-mijn-lijf-huis geplaatst, en daarna begon ze langzaam een nieuw leven op te bouwen. Vijf jaar geleden haalde ze haar inmiddels elfjarige zoontje illegaal naar Nederland – Anna had via de zogeheten B9-regeling slechts een tijdelijke verblijfstatus en geen recht op gezinshereniging. Hij gaat naar school en spreekt beter Nederlands dan Lets. Sinds de toetreding van Letland tot de Europese Unie, op 1 mei vorig jaar, zijn ze eindelijk legaal en ligt hun toekomst definitief hier.
Het interview met Anna vindt plaats bij haar uitgever, in een Amsterdamse grachtenpand. Maar weinig mensen weten waar ze woont en dat wil ze zo houden. Het is kenmerkend voor veel slachtoffers van mensenhandel, dat ze niemand vertrouwen. Anna: «Met dat idee word je al snel geconfronteerd. Als je denkt dat die aardige klant je misschien wel wil redden, blijkt hij ineens je volgende eigenaar te zijn. Ik zeg niet dat ik helemaal geen vertrouwen heb in mensen, maar ik ben wel voorzichtig. Ik leef nog elke dag in angst, omdat mijn handelaars, tegen wie ik aangifte heb gedaan, nooit zijn opgepakt. Ik heb het gevoel dat ik ze ooit een keer zal tegenkomen en ze mij zullen herkennen, ook al is het bijna tien jaar later. Als ik op straat loop, probeer ik scherp te blijven. Ik word niet bedreigd, maar ik voel me allesbehalve veilig.» Met je boek wil je de positie van slachtoffers van vrouwenhandel onder de aandacht brengen. Is het daarnaast ook een manier om te verwerken wat er met jou persoonlijk is gebeurd? «Nee, dat heb ik jaren geleden al gedaan, met de hulp van een fantastische psychologe. Toen ik in het opvanghuis zat, heb ik momenten gehad dat ik uit het raam wilde springen. Omdat niemand mij enige vorm van hulp aanbood, heb ik zelf die psychologe gezocht. Dankzij haar heb ik die periode een plek in mijn leven kunnen geven. In mijn boek beschrijf ik niet in detail wat ik heb meegemaakt en wat ik heb gevoeld, de slapeloze nachten… Dat is onmogelijk in woorden te omvatten. Als ik dat wel zou kunnen, zouden het boeken worden. Wat ik met dit boek vooral wil laten zien, is dat het iedereen kan overkomen. En dat je als slachtoffer machteloos staat omdat niemand je serieus neemt. Als ik mensen vertel dat ik slachtoffer ben, zie je ze schrikken. Het beeld dat de meeste mensen van een slachtoffer hebben is dat van een dom, Oost-Europees meisje dat uit een bergdorpje is gehaald en gered moet worden. Maar er zijn heel veel zelfstandige, hoogopgeleide vrouwen slachtoffers. Juist sterke vrouwen durven hun land te verlaten om een betere toekomst voor zichzelf en hun gezin te realiseren.» Heb je achteraf ook nooit gedacht: misschien was het wel heel naïef om te geloven dat het om au pair-werk ging? «Er vallen, nog steeds, puzzelstukjes op hun plek, maar toen was het écht niet te voorspellen. Het was zoiets als dat je afgelopen kerst besloten hebt om lekker vakantie te gaan vieren op Phuket. Ik was altijd zó voorzichtig. Ik hoorde die verhalen wel, las erover in de krant, maar het zou mij natuurlijk nooit gebeuren. Als je een kantoorruimte als dit binnenkomt, verwacht je niet dat daar mensen zitten die zich met vrouwenhandel bezighouden. Er waren geen mannen met gouden kettingen, maar er zat een heel aardige vrouw. Mensen kunnen heel ver gaan voor geld.» De periode dat je daadwerkelijk gedwongen als prostituee moest werken, duurde drie maanden. Hoe heb je dat volgehouden? «Achteraf begrijp ik dat zelf ook niet. Ik moest van negen uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds in een privéhuis werken. Vanaf tien uur werkte ik in een club. Ik sliep maar twee uurtjes per nacht - heel af en toe nog een extra uurtje tussendoor. Ik stompte volledig af, had nauwelijks honger, wilde helemaal niets voelen en zo weinig mogelijk contact hebben met thuis. Ik handelde als een robot, niet als een mens. Ik stelde me bij elke klant een doel en deed wat ik moest doen. Ik heb ook nooit geprobeerd om te vluchten. Een vriendin van mij werd opstandig en werd voor straf doorverkocht. Ze is in een Arabisch land terechtgekomen. Het leek mij beter om gewoon mijn werk te doen en af te wachten tot het voorbij was.» Een jaar geleden heb je Atalantas opgericht, een zelfhulporganisatie voor slachtoffers, omdat je vindt dat er veel misgaat. Waar liep jij zelf als slachtoffer tegenaan? «Er worden zoveel regels gemaakt, maar aan de slachtoffers zelf wordt nooit gevraagd wat zij ervan vinden en hoe het in de praktijk werkt. Dat heeft alles met die beeldvorming van het dommige meisje te maken. Zo ben ik nooit geïnformeerd over de strekking van de B9-regeling, waaronder ik bleek te vallen. Op zich niet gek, want schandalig genoeg weten ook de politie, opvanghuizen en instanties als de sociale dienst het fijne niet van die regeling. Vanwege mijn B9-status mocht ik bijvoorbeeld niet werken, maar de sociale dienst legde mij wel een sollicitatieplicht op. Verder heeft nooit iemand mij iets verteld over de gevolgen van een aangifte. Want vanaf het moment dat je aangifte doet, krijg je namelijk een groot stempel op je voorhoofd: ex-prostituee, en eigenlijk ook crimineel. In het opvanghuis waar ik door de politie tijdens het proces geplaatst was, kreeg ik een aparte behandeling. Ik mocht niet mee-eten met de andere vrouwen, ik mocht de kinderen niet aanraken, ik mocht niet in mijn eigen taal telefoneren met mijn moeder. Ik kreeg vaak te horen dat die andere vrouwen, die daar waren omdat hun man hen mishandeld had, pas écht zielig waren. Ik werd gezien als een ‘slechte’ vrouw die mannen tot vreemdgaan aanzet. Toen ik me bij de sociale dienst meldde voor een uitkering en vertelde dat ik slachtoffer van vrouwenhandel was, kwam de hele afdeling naar me kijken. ‘Oh, dat is er een.’ Iedereen vergeet dat wij ook mensen zijn, al zijn we dan verhandeld als een homp vlees. Ik heb me echt misbruikt gevoeld toen ik wel als getuige kon opdraven bij de rechtszaak. Ze beloven je bescherming door je in een blijf-van-mijn-lijfhuis te plaatsen, maar vervolgens moest ik wel zelf met de trein naar de rechtbank, waar ik geconfronteerd werd met de mannen tegen wie ik aangifte had gedaan. De politie gaf me alleen het advies dat ik een pruik of een petje moest opzetten.» Nationaal Rapporteur Mensenhandel Anna Korvinus presenteerde afgelopen voorjaar haar derde rapport met de woorden: ‘Officieel is slavernij afgeschaft, maar dat betekent niet dat het niet meer voorkomt’. Denk jij dat er ooit echt een einde aan komt? «Ik ben bang van niet. Het is zo omvangrijk. Als je het mij vraagt, is tachtig procent van de buitenlandse vrouwen ooit via vrouwenhandel hier gekomen. Als ik over de Wallen loop, en ik kijk naar de vrouwen achter de ramen, dan haal ik de slachtoffers er meteen uit. En het speelt niet alleen in de grote steden. Je hebt dorpjes van niet meer dan twee straten, maar waar wel drie seksclubs zitten. Sommige vrouwen weten niet eens dat ze slachtoffer zijn, omdat ze het werk in principe vrijwillig doen. Als je in Rusland woont, en je verdient tien euro per maand, terwijl je vijftien euro per maand huur moet betalen, dan moet je daar iets op bedenken. Een tijdje naar het buitenland om in de prostitutie te werken bijvoorbeeld, om daarna een huisje te kunnen kopen. Dat is een moeilijke stap, maar handelaars geven vaak dat laatste zetje. Ze zeggen dat ze die vrouwen wel willen beschermen tegen alle verleidelijke etalages door het geld te bewaren. Als ze terug willen, na drie maanden, krijgen ze vijfhonderd euro. Dat is óók vrouwenhandel. Een probleem is dat de aandacht nog te veel op de criminelen gevestigd is. Als er een bende wordt opgerold, is dat het nieuws. Hoe het met de slachtoffers gaat, lees je nergens. En als er bij veegacties vrouwen worden bevrijd, dan zijn velen van hen genoodzaakt om terug de prostitutie in te gaan, want ze hebben geen recht op een uitkering, geen dak boven hun hoofd. Vaak komen ze weer in de handen van handelaars terecht. Het is moeilijk om die cirkel te doorbreken.» Jou is dat wel gelukt. Je bent vrijwilligerswerk gaan doen, je hebt nu Atalantas en je boek. Is teruggaan naar Letland ooit nog een optie voor je? «Diep in mijn hart wil ik niets liever. Maar ik zou me er nog minder veilig voelen. Toen ik daar was om de documenten te regelen voor mijn kind, ben ik erg geschrokken van het gemak waarmee mensen iets doen voor geld. Aanvankelijk zou het een half jaar duren om Eddy aan een paspoort te helpen. Zijn vader moest namelijk toestemming geven en die was spoorloos. Toen ik tweehonderd gulden betaalde, had ik binnen een half uur het document op zak. Wat voor bescherming heeft dat land mij nou te bieden? Hoe minder mensen daar mijn verhaal kennen, hoe beter. Ik vertrouw in dat opzicht mijn eigen ouders niet eens. Ik denk dat zij wel vermoeden wat er is gebeurd, maar we hebben er nooit een woord over gewisseld. Als mijn moeder hier is, praten we over koetjes en kalfjes. Ze heeft me nooit gevraagd wat ik in die vijf jaar, voordat ik Eddy kwam halen, heb gedaan.
Al met al ben ik door alles wat er is gebeurd een sterker, krachtiger mens geworden. En Atalantas geeft mij nog meer kracht. Ik heb altijd al de behoefte gehad om tegen onrecht te vechten, daarom ging ik ooit rechten studeren. Als ik iemand kan helpen, doet me dat goed. En nu geeft het me ook een beetje het gevoel dat het allemaal niet voor niets is geweest.»
Wat kun jij doen? In januari 2004 richtte Anna samen met een medeslachtoffer de vereniging Atalantas op, een zelfhulporganisatie voor slachtoffers van mensenhandel in relatie tot prostitutie. Atalantas wil slachtoffers een stem geven en voorkomen dat er zónder hen óver hen wordt beslist. Atalantas wil de praktijk onder de aandacht brengen van de politiek en zo de situatie van vrouwen in de B9-regeling verbeteren, de beeldvorming rond het passieve slachtoffer veranderen en informatie verschaffen aan allerlei instanties. Daarnaast wil Atalantas ontmoetingen en culturele activiteiten organiseren voor slachtoffers en de leden bijstaan in juridische procedures. Alleen slachtoffers van mensenhandel kunnen lid worden van Atalantas. Maar als je de vereniging op de een of andere manier wil steunen door middel van een donatie, of vrijwilligerswerk, dan kan dat. Mail voor meer info naar: info@atalantas.org.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|